Terug

Kweekverslagen april
2008: Kweekverslag Baardmannetje
Kweekverslag van de Braamsluiper (Sylvia Curruca)
De Hop (Upupa Epops)





April 2008 : Kweekverslag Baardmannetje


Beschrijving Baardmannetje of baardmees.
Een aparte onderfamilie van de vliegenvangers wordt gevormd door de diksnavelmezen - Panurinae. Met zijn 2 geslachten: de echte diksnavelmezen - Paradoxornis en de baardmezen of baardmannetjes - Panurus.
In tegenstelling tot de echte diksnavelmezen heeft het baardmannetje een dunne, spitse snavel; de tiende grote slagpen is gereduceerd.
De bovenzijde en de staart zijn roestbruin, de handpennen lichtgrijs tot witachtig, de onderzijde is roodachtig grijs. Bij het mannetje is de kop asgrijs, met een brede zwarte baardstreep aan weerskanten. De onderstaartdekveren zijn diepzwart. Het popje heeft een bruinachtige kop zonder baardstrepen. De snavel is geel en de poten zijn zwart. De jongen lijken op het popje, maar zijn op de rug zeer donker gekleurd. De lengte is ongeveer 16 - 17 cm.
In het riet rondscharrelende baardmannetjes roepen nasaal: "ting-ting", een scherp "tsiss"en een snorrend "tsjirr". Deze geluiden worden samen geweven tot een zacht tingelend liedje.
Het zijn vrij sterke vogels die niet gevoelig zijn voor ziekten.

Nadat ik vorig jaar een kweekverslag had geschreven over mijn eerste kweek met de Oranjebuik vliegenvanger ( Niltava sundara), kan ik nu een kweekverslag schrijven over mijn eerste kweek met het Baardmannetje.
In het najaar van 2004 kocht ik via de vereniging van de vruchten en insecteneters een koppeltje nog niet geheel door de jeugdrui zijnde Baardmannetjes.
Na enkele dagen binnen te hebben gezeten konden de vogels naar buiten, dit gaf geen problemen omdat ze uit een buitenvoliere kwamen.
Alles ging goed tot op een zondag er een (pop) aan de verkeerde kant van het gaas hing. Bij het voorzichtig naar buiten gaan ging deze er als een speer vandoor. Om een lang verhaal kort te maken aan het einde van de dag zat hij weer aan de goede kant van het gaas. Ik kon de vogel vangen door de man in de schuur te zetten en wachten dat de pop naar binnen ging. Aangezien de voliere erg begroeid is viel het niet mee om de vluchtroute te vinden. Maar toch een gaatje gevonden , gerepareerd en de vogels weer los. Enkele weken later weer hetzelfde verhaal met dezelfde afloop. Dit risico kon ik niet nog een keer lopen dus het kunststof gaas werd vervangen door nieuw gaas. Hiermee wil ik zeggen dat het net muizen zijn die overal komen en het kleinste gaatje vinden en benutten om een uitstapje te maken.


man Baardmannetje

Inmiddels is het februari en de vogels bewonen samen met een koppeltje Spitsstaardamandines en het bovengenoemde koppel vliegenvangers de goed begroeide buitenvoliere van zo`n zeven vierkante meter, tevens bevindt zich hierin een klein watervalletje, vijvertje en wat vissen. De vogels worden in het nachthok gevoerd. Het voer wat hier in de winter aangeboden wordt bestaat uit universeelvoer met hier doorheen insektenpatč, enkele meelwormen en tropenzaad. Dit universeelvoer wordt door de Baardmannetjes goed gegeten.

Op drie maart gaan de vogels al beginnen met het bouwen van een nest, dit doen ze in een halfopen nestkastje. Het nest wordt voornamelijk gebouwd van kokosvezel. Op woensdag negen maart het eerste ei. De daar opvolgende dagen word het nest compleet gemaakt tot vijf eieren. Het is dan inmiddels dertien maart. Beide vogels broeden vanaf het vierde ei. Ik was er niet zo blij mee dat de vogels al waren begonnen met nestelen, de pop was nog erg jong en de temperaturen waren niet best. De enigste manier om ze niet tot broeden over te laten gaan was om ze uit elkaar te halen. Aangezien ik er op dat moment niet de ideale omstandigheden voor had liet ik alles maar gewoon op zijn beloop.


Vier jongen, vier dagen oud

Dit had als resultaat dat er na dertien dagen broeden ččn jong was en de andere eieren onbevrucht. Dit laatste is natuurlijk niet verwonderlijk. Inmiddels krijgen de vogels een paar keer per dag pinkies ( uit de vriezer) en buffalowormpjes aangeboden. De vogels zoeken veel in de voliere naar kleine insecten, maar voeren ook de pinkies en de buffalo’s. Na zeven dagen gaan de ouders met een nieuw nest beginnen, nu in de klimop en dit betekend ook het einde van het eerste jong. In dit nieuwe nest worden vier eieren gelegd waarvan er naar twaalf dagen broeden drie uitkomen. Na vier en een halve dag worden de vogels geringd ,wat eigenlijk al te laat is. Dertien dagen nadat de jongen waren uitgekomen verlaten ze het nest. Dit doen ze door zich de eerste dagen in de klimop schuil te houden. Enkele dagen later gaan ze ook de voliere verkennen.
Als de vogels zelfstandig zijn is het inmiddels dertien mei.

De baardmannen hebben inmiddels al weer een nest gehad met zes eieren dat na vier dagen broeden verlaten is. De rede hiervan is dat de man te veel achter de pop aan jaagt. Mijn ervaring is dat de vogels tijdens het broeden erg onrustig zijn d.w.z ze wisselen elkaar vaak om de vijf tot tien minuten af. Tevens hebben ze inmiddels al twee nesten in de steek gelaten.

Op eenentwintig mei werd het eerste ei in hetzelfde nest in de klimop gelegd. Ook dit nest wordt weer aangevuld tot vijf eieren die door beide ouders bebroed worden. Na twaalf dagen komen er vier jongen uit die na vier dagen geringd worden. De jongen groeien goed en gaan na twaalf dagen de klimop in. Op vijfentwintig juni moet ik het ouderkoppel helaas uit de voliere vangen en in de schuur opkooien. Dit terwijl ze weer met een nieuw nest bezig waren. De reden hiervan is dat er bij de vliegenvangers inmiddels ook jongen zijn en de sfeer in de voliere er niet beter op wordt. Aangezien ik op dat moment al zeven jonge baardmannetjes heb is de keus snel gemaakt.

Over het Baardmannetje kan ik zeggen dat het een mooie vogel is, maar ook een leuke, bewegelijke vogel. Echt een aanwinst.

Nu ik dit schrijf hebben al vijf jongen een nieuw onderdak gekregen en heb ik zelf een reservekoppel wat inmiddels onverwant is gemaakt. Van de Vliegenvangers heb ik na wat tegenslag uiteindelijk toch nog ččn jong over gehouden die in tegenstelling tot vorig jaar nu wel geringd is.

Voor volgend jaar wordt de voliere in tweeën gesplitst om betere resultaten te kunnen behalen, en ook in de schuur wordt er het ččn en ander aangepast.
De Baarmannetjes krijgen een eigen gedeelte en het andere gedeelte wordt voor de door mij nog aan te schaffen vogels.


drie baardmannen op stok






Kweekverslag van de Braamsluiper (Sylvia Curruca)



Inleiding:
De braamsluiper is een insectenetende vogel die ongeveer 14 cm groot is. Zowel man als pop dragen hetzelfde verenpak en zijn mijn inziens niet op het oog van elkaar te sexen. Er word beweerd dat in het vroege voorjaar bij de man het geel in het oog meer aanwezig is.
De braamsluiper heeft als hij volwassen en uitgekleurd is een blauwgrijs rugdek en met in vooral de slagpennen een bruinzwarte kleur met een lichtere omzoming aan elke pen. De staartpennen zijn ook bruinzwart gekleurd gelijk aan de vleugelpennen. De onderkant van de vogel is met name in het broedseizoen spierwit,buiten het broedseizoen is deze vaalwit. De braamsluiper heeft een grijszwarte oogstreep en het oog is wit omcirkeld. Het oog zelf is orangegeel van kleur met daarin een zwarte pupil. Snavelkleur varieert van hoornkleurig naar zwart,de poten en teennagels zijn zwart.
De man laat een zang horen die niet tot de verbeelding spreekt.

Het verspreidingsgebied van de braamsluiper beslaat Europa en grote delen van Azië. Zijn habitat bestaat uit open gebieden zoals weide en landbouwgronden,voorwaarde is echter wel dat deze dan altijd zijn omringd met vegetatie. Het omringende gedeelte moet bestaan uit bijvoorbeeld houtwallen,vegetatie van onkruiden of struiken en wat bomengroepen.


Nest na kweekseizoen

In het broedseizoen maken de braamsluipers een vrij klein nest wat bestaat uit diverse plantendelen. Het nest word in de regel niet hoger dan een meter van de grond gemaakt in een dichte struik. In het nestje worden gemiddeld 4 eitjes gelegd welke vaal geelachtig wit van kleur zijn met daarop diverse bruinzwarte spatjes.
Het bebroeden van de eitjes word door beide vogels beurtelings gedaan en de duur van de broed bedraagt ongeveer 12 dagen. De jongen worden uitsluitend groot gebracht met insecten. De jongen vliegen na ongeveer 14 dagen uit het nest waarna ze nog enige tijd door de oudervogels onderhouden worden. In de natuur word in de regel 1 nest succesvol groot gebracht.

De kweek:
Vogels werden ook nu weer in september aangeschaft,dit is de tijd dat eigenlijk alle insectenetende vogels die voor verkoop bestemd zijn van de hand gaan. Dit komt voort uit het plaats gebrek bij de kwekers na een succesvol broedseizoen want in de regel moeten alle insecteneters apart van in ieder geval soortgenoten gehuisvest worden. Uitzondering zijn natuurlijk de kwekers met enorm veel plek of met enorme voličres.
De vogels werden apart van elkaar in mijn voličres ondergebracht en in de winter werden zij naar binnen gehaald waar zij weer apart van elkaar bij een temperatuur van minimaal 5 graden Celsius werden gehuisvest.
Als voeding krijgen de braamsluipers bij mij meel en buffalowormen welke zijn bepoederd met wat aves- insecten strooipoeder en wat spirulina. Daarnaast krijgen zij nog eivoer aangeboden maar eigenlijk eten zij daaruit alleen de door mij in aan gebrachte pinky's. Door het water doe ik vrij regelmatig wat druppeltjes multi-vitaminen, zo krijgen ze de nodige stoffen die nodig zijn om in conditie te blijven.


Pop op het nest

De braamsluiper is van nature een schuwe vogel en dat gedrag kunnen wij dan ook in onze voličres terug zien. Als nestgelegenheid kregen zij diverse kapelkastjes tot hun beschikking en ook konden zij natuurlijk in de aanwezige beplanting een eventueel vrijstaand nest maken. De kooi waarin het moest gaan gebeuren had de afmetingen van 2 m hoog x 2,3 m diep en 1,25 m breed.
Beide vogels gingen half maart naar buiten en ook nu weer apart van elkaar maar wel in elkaar`s gezichtsveld. Begin april plaatste ik de pop bij de man en dit ging van meet af aan in volledige harmonie. Meteen verschafte ik de vogels hun nestmateriaal waarmee ze gelijk aan de slag gingen. Nestmateriaal bestaat uit kokosvezel,sisal-fibre en diverse gedroogde grasstengels en plantendelen.
Het nest waaraan ze gelijk begonnen was gemaakt van kokosvezel en alleen de witachtige bestandsdelen uit de sisal-fibre. De man was in wezen de aanwijzer en bouwer en de pop was de keuringscommissie van het nest.
Het balts gedrag bestond uit het achter elkaar jagen om beurten en daarbij werd dan gefloten,het verloop was niet zo heftig als je normaal van insecteneters kan verwachten.


Ei

Op 4 april zie ik voor het eerst dat de pop daadwerkelijk op het nest zit,gelijk nadat zij van het nest afging even gekeken. Er was nog geen ei gelegd, ik kon ook zien dat het nest nog niet geheel klaar was en de pop was op het moment dat ik haar zag zitten gewoon bezig met het vormen van de nestkom aan haar lichaamvorm.
Op 10 april zie ik dat de man bezig is om een ander nest te bouwen,kennelijk bevalt de pop het eerst gemaakte nest niet want vooralsnog is zij niet van plan om te gaan leggen van eieren.
Maandag 24 april was het dan zover het eerst vaalwitte ei met daarop gele en roodbruine spatjes was gelegd en de pop zit er al direct zeer vast op.
Maandag 8 mei zie ik als ik de vogels gaat voeren dat er eierschalen op de grond liggen,de eierschalen zijn gedumpt net naast de waterschaal.
Dinsdag 9 mei zie ik dat beide vogels opzoek zijn naar voedsel,het aangeboden eivoer en pinky's word welliswaar opgenomen maar naast de buffalo's zijn ze vooral opzoek naar vliegende insecten. Ik heb gauw een blik in het nest geworpen en ik zag daar minimaal 3 jongen liggen. Op het foerageer gedrag inspringend ben ik weer op jacht gegaan in de velden om het door de vogels gevraagde weideplankton tevangen,wat zeer gewaardeerd werd door de oudervogels.
Vrijdag 12 mei kan ik de jongen nog maar net ringen met de wettelijk voorgeschreven 2,5mm ringmaat,het vierde en laatst uitgekomen jong blijft wat achter in de ontwikkeling maar vooralsnog gaat hij/zij goed. De jongen zijn vrij kaal en bezitten nog maar weinig bruingekleurd dons.
Vrijdag 18 mei vliegen de jongen uit,hetzij zeer ongemakkelijk maar ze vliegen.


Net geringde jongen

Het nieuwe nest wat de man had gemaakt terwijl de pop zat te broeden word door de pop geďnspecteerd op 22 mei en schijnbaar goed bevonden want zij is bezig met de afwerking van het nest. De jongen vliegen al verbazend goed, door de gehele kooi. Het eerste ei van ronde twee was gelegd op donderdag 25 mei en het vierde en laatste ei op 28 mei.
De pop zat al gelijk weer zeer vast op het nieuwe nest en de man stond er alleen voor qua voeren van de jongen wat hij uitstekend deed.
Vrijdag 9 juni zie ik dat de eitjes van ronde twee zijn uitgekomen en ik heb de jongen uit ronde 1 uitgevangen. Ik weet niet zeker of dat het echt nodig was want de jongen en de vader zaten altijd dicht tegen elkaar aan wanneer zij aan het roesten waren en dit gegeven verraste mij enigszins want het zijn en blijven insecteneters die normaal gesproken bol staan van het temperament. Tot op de dag van het afvangen voerde de man de jongen nog terwijl deze al zelfstandig waren.


Pas uitgevlogen jong

De jongen van ronde twee kwamen ook allen tot volledig wasdom en er kwam ook nog een derde ronde met eieren maar ik denk dat de man zijn kruit had verschoten want dit gehele nest van vier eitjes was onbezet. Ik vond dit niet erg want de jongen waren er tenslotte en zoals ik al eens eerder beschreef in de diverse kweekverslagen gaat het mij niet om aantallen maar elke keer weer om de een voor mij nieuwe vogelsoort tot een goed kweekresultaat te krijgen. Met goed bedoel ik: wettelijk goede ringmaat, natuurbroed.
Al met al weer ervaringen rijker en met gepaste trots kijk ik terug op deze geslaagde kweek met de braamsluiper.


Bijna volwassen

Tekst: Arie Bakker te Dordrecht
Foto's: J. Denijs / P. Onderlinden





De Hop (Upupa Epops)



Inleiding:
De grootte is te vergelijken met een tortelduif. Met zijn en haar roodbruin verenkleed met daarop de zwarte en witte velden, en daarbij nog zijn zeer bewegelijke en opvallende kuif maakt deze vogel toch wel tot een opvallende verschijning.

Zijn lange puntige snavel die licht gebogen is verraad dat het een insecteneter is. En zijn stevige poten laten zien dat het een gedeeltelijke grondvogel is, want hij foerageert altijd op de grond.

Verspreiding is nagenoeg mondiaal, uitgezonderd de koude gebieden. Habitat van de vogel bestaat uit bosrijk gebied, savanne, grasvelden, akkers en boomgaarden. Het nest is een holte in een boom, een nis of een gat in bijv. een stapel stenen. Gemiddeld worden er zo'n acht eieren gelegd welke wit/geel van kleur zijn, en deze kleur verandert naarmate ze langer bebroed worden. De broedtijd is zo'n vijftien dagen en de jongen verlaten het nest na zo'n vier weken. In de natuur voeden de ouders hun jongen met insecten, wormen, kleine reptielen en wat er verder over de grond kruipt en sluipt. in sommige gebieden zijn het standvogels en uit andere gebieden trekken ze weg.

In onze voličre:
Voedsel wat wij aan de hoppen geven bestaat uit meelwormen moriowormen als basis voer en daarbij kun je nog wasmotten, krekels, sprinkhanen en eventueel regenwormen geven. Zelf vind ik de regenworm een te groot risico ivm de parasieten die in de regenwormen kunnen huizen. Dit alles wordt bepoederd met aves insectenstrooi poeder en wat spirulina.

Nestgelegenheid:
Ik gebruikte hiervoor een natuurblok van ongeveer een meter hoog met een binnendiameter van ongeveer twintig cm. En hoog veertig cm. Met een invlieggat van ongeveer acht cm. Dit was geplaatst op een stapel stenen en het invlieggat was ongeveer anderhalve meter van de voličre bodem. Nestmateriaal was speelzand, dit ivm dat er geen scherpe steentjes inzitten, anders zouden de eieren wel eens kapot kunnen gaan.
De kweek:
Sinds de aanschaf hebben de vogels bij elkaar gezeten, gedurende de koude wintermaanden hebben ze binnen gezeten bij een temperatuur van zo'n vijf graden Celsius. Dit niet zo zeer vanwege de kou maar meer vanwege het vocht. Want vocht hebben ze echt een hekel aan, zelfs zo erg dat ze ook geen waterbak hebben en ook geen badwater. Het vocht dat ze nodig hebben halen ze uit de voeding en badderen doen ze in het zand.

De man begon eind december met de rui, de pop begon half februari pas en ik dacht dat dit misschien wel te laat kon zijn met het oog op de eventuele kweek. De pop was overigens pas eind maart klaar met de rui.

Op negenentwintig maart zijn beide vogels in een voličre geplaatst met een grote van 2,5 meter breed, 2,5 meter lang en 2,0 meter hoog. Dit zonder nachthok. De temperatuur buiten was al een tijdje rond de vijftien graden Celsius.
Op vier april zie ik de man de pop geregeld wat voer aanbieden.
Op twintig april een honderd procent paring gezien.
Op vijfentwintig april nestcontrole gedaan en nog geen ei geconstateerd. Wel wordt de pop elke dag getreedt en laat de man zijn roep geregeld horen.
Op negenentwintig april hoor ik de man niet meer, en dus is er verandering in de situatie opgetreden. Ik ben gaan kijken en het eerste ei was gelegd. De pop zit vanaf nu erg vast en komt nog maar een keer per dag uit het nestblok om zich te ontlasten. Hoppen zouden tot acht eieren kunnen produceren in een nest volgens de beschikbare informatie.
Na tien dagen vanaf het eerste ei geteld even gekeken en er bleken zes eieren te zijn gelegd. Ik had in mijn documentatie eens wat gelezen over dat de eieren verkleuren als deze bevrucht zijn naarmate ze langer bebroed worden. Bij mij was dit totaal niet het geval dus ik dacht dat het gehele nest onbevrucht was, maar ergens twijfelde ik en toen heb ik de eieren gedompeld in een bakje met lauw water en daaruit bleek dat alle eieren bewogen en dus bevrucht waren
Op zeventien mei het eerste jong geboren, op achttien mei jong twee en drie en op negentien mei jong vier en vijf. Het zesde ei kwam niet uit.
Het ouder koppel waren vogels van ongeveer een jaar oud, en dat kon soms nog wel eens problemen opgeven in verband met de jonge leeftijd. Het voeren van de jongen ging niet geweldig en zo had ik op eenentwintig mei nog drie jongen over.


Hop jong 3 dagen oud

Het voeren gebeurde als volgt, ze kregen meelwormen, moriowormen, wasmotten en krekels tot hun beschikking, de man neemt voedsel op brengt dit naar het blok en geeft dit voedsel aan de pop door het invlieggat. De pop geeft dit vervolgens weer aan de jongen. Ik heb de man nooit in het broedblok gezien.
Op drieëntwintig mei zie ik als ik de jongen wil ringen dat er nog twee over zijn ,deze heb ik geringd met de wettelijk voorgeschreven ring van 4.5 mm. Op een juni zie ik de pop uit het blok en ze helpt nu de man mee met het voeren van de jongen, en ook nu gaat de man nog steeds niet in het nestblok maar voert de jongen direct door het invlieggat.
Op elf juni vliegen de jongen uit en zitten dan al volledig in hun bevedering, en kunnen al vrij snel heel goed vliegen. Op dertien juni verdwijnt de pop weer in het nestblok en dat resulteerde in het eerste ei van ronde twee. Op zesentwintig juni heb ik de jongen uitgevangen, want deze waren al een poosje zelfstandig en het nieuwe nest stond op uitkomen.


Hop jong 6 dagen oud

Op zes juni had ik even gecontroleerd op de hoeveelheid van de eieren en er bleken weer zes eieren te zijn gelegd. Op vier juli liggen er weer zes jongen in het blok. Het ringen, voeren en het uitvliegen ging zoals in ronde een en op zeven augustus heb ik de jongen uitgevangen, want op negenentwintig juli was ronde drie begonnen met alweer het eerste ei.
Ronde drie verliep anders dan de eerste twee rondes, want nu werden er tien eieren gelegd en zeven jongen grootgebracht

Resumerend:
Een jong koppel van ongeveer een jaar oud kan heel goed nesten grootbrengen. De eieren hoeven niet altijd te verkleuren. Op de vijfde a zesde dag oud de jongen ringen met 4.5 mm. Voer voor de vogels bestaat uit: meelwormen, wasmotten, moriowormen en krekels of sprinkhanen. De schoonheid van de vogels maken hem tot een populaire vogel, de roep is zuiver maar zeer eentonig.

Op naar de volgende uitdaging.

Tekst Arie Bakker