KWEEKVERSLAG VAN DE PIMPELMEES ( PARUS CAERULEUS )
Inleiding:
Wie is er niet bekent met dit zeer acrobatische vogeltje.
Hij is zo gewoon geworden voor de mens dat ze de fantastische kleuren van dit vogeltje niet eens meer zien.
Het is misschien wel het meest gekleurde vogeltje wat wij in onze directe omgeving kunnen aantreffen.
Tussen man en pop is verschil te zien en dit met name in de intensiviteit van de kleuren.
Al geeft dit niet altijd 100% garantie want zo kan je een hele oude pop makkelijk aanzien voor een jonge man,bij ons in de volières is dit natuurlijk niet aan de orde immers de vogels zijn geringd en daar kan men natuurlijk de leeftijd van de vogel aflezen.
Het popje is ook vooral in de broedtijd een stuk forser dan de man.
De kleuren van de pimpelmees bestaat uit de volgende reeks:groen,zwart,blauw,geel,wit,bruin en al deze kleuren zijn dan ook nog eens in verschillende tinten aanwezig.
Waar de kleuren allemaal te vinden zijn is te zien op de bij behorende foto’s.
De pimpelmees en zijn ondersoorten zijn dus alom aanwezig en het verspreidingsgebied beslaat geheel Europa,delen van Afrika en Azie.
De pimpelmees is in de winter een alleseter en met name in de broedtijd een insecteneter.
Het is een holen broeder die oude nestplaatsen of gaten opzoekt om zijn nest in te bouwen.
De door de mens gemaakte nestkasten worden ook geaccepteerd door de vogels.
In stedelijk gebieden zijn de vogels min of meer afhankelijk van deze kasten, gewoon weg omdat er niet genoeg geschikte nestplaatsen zijn.
Het nest word vervaardigt van hoofdzakelijk mos,pluis en wat dierlijk haar.
Als
het nestje af is worden daar tussen de 7 en de 15 eitjes gelegd welke wit van
kleur zijn met over het gehele ei kleine zeer lichte roodbruine vlekjes.
Het uitbroeden gebeurt in zo’n 2 weken en na gemiddeld nog eens 16 dagen vliegen de jongen uit.
Als de jongen uitgevlogen zijn dan zitten ze altijd heel dicht bij elkaar en meestal zijn ze dan op een en de zelfde tak te vinden en zitten dan met smart op de ouders te wachten die hun nog een geruime tijd van snavelkost voorzien.
Door hun nieuwsgierigheid gaan de jongen al vrij snel op onderzoek uit om zodoende voor zichzelf te gaan zorgen.
Als de jongen zelfstandig zijn dan waaieren ze uit om zich vervolgens aan te sluiten bij andere groepen vogels.
De oudervogels kunnen als de omstandigheden optimaal zijn nog een tweede nest groot brengen maar dit nest is altijd beduidend minder groot als in de eerste ronde.
Zang van de pimpelmees stelt opzicht niet zoveel voor maar hij brengt toch een niet vervelend aan te horen trillertje voort welke frequent ten gehore word gebracht.
De pimpelmees en het Europese baardmannetje genieten bij mij toch eigenlijk een uitzondering positie op mijn eigen gemaakte regel welke luid :als er een bepaalde soort succesvol jongen heeft groot gebracht dan worden deze ingeruilt voor een mij nieuw te kweken soort.
Ik kweek nu al ongeveer 7 jaar met de pimpelmees met twee koppels en hierin zitten soms lichtafwijkende kleuren tussen waaruit men als men hier op door zou kweken wellicht “nieuwe mutaties” kunt verkrijgen.
Voor mijzelf hoeft dit niet en ikzelf besteed hier dus ook niet de benodigde aandacht aan,ik vind de wildkleur nog altijd het mooist.
Pimpelmezen lopen in gevangenschap vaak in kleur terug omdat het door ons toegereikte voedsel niet toereikend is,het geel is bij te kleuren zoals men dit o.a. doet bij kleurkanaries.
DE KWEEK:
Man en pop verbleven bij mij het eerste jaar in de buitenvolière en brachten daarin twee rondes groot wat resulteerde in 12 jongen mezen.
Mezen zouden agressief zijn of kunnen worden tijdens de kweek periode naar hun mede bewoners maar in mijn geval was dit niet zo want bij de mezen waren gehuisvest samen met zilveroor nachtengalen,baardmannetjes( een pseudo mezensoort) en nog wat andere vogels, ik heb nooit iets van onrust gemerkt.
Uit de eerste ronde heb ik dat jaar een popje aan gehouden en deze samen met een onverwante man geplaatst in een binnen broedkooi welke de afmetingen had van ongeveer 100cm breed,60 cm hoog en 50cm diep.
Het tweede kweekjaar met de pimpels begon buiten goed met een nest met 14 eieren waaruit 8 jongen groot kwamen, er werd overigens niet aan een tweede ronde begonnen.
Binnen in de broedkooi werd door het eerste jaar`s koppel niets ondernomen.
Het derde jaar werd succesvol met jongen uit de buitenvolière alsook uit de binnen broedkooi.
Buiten kwamen 11 jongen groot uit twee rondes en binnen werd 1 ronde ondernomen waaruit 6 jongen groot kwamen.
Ik zal u berichten hoe de kweek in de binnen broedkooi gaat want dat is misschien wel het interessants voor u.
Man en pop zitten het gehele jaar bij elkaar en worden buiten het broedseizoen op eivoer en zaad gehouden wat zo af en toe aangevuld word met wat fruit.
Bij de pimpels begint het broedseizoen al vroeg met als eerste een geschikte nestplaats te vinden dus hier op in hakend geef ik ze” de keus “uit twee exact dezelfde nestkasten die zowel rechts als links in de bovenhoek van de kooi tegen de achterwand worden bevestigt.
Door het traliedeurtje van het voorfrontje van de kooi kan ik gemakkelijk in de nestkasten kijken d.m.v een gemaakt deurtje in de voorkant van de nestkast
.
Als er door de vogels een keuze is gemaakt dan word de andere niet gekozen nestkast verwijderd.
Het uitkiezen gebeurt door de pop op aandringen van de man,die vervolgens de pop verleid om tot nestbouw over te gaan.
Op het moment dat er een nestkast is uit gekozen begin ik met het verstrekken van levend voer wat bestaat uit buffalo en meelwormen.
Het levende voer word geleidelijk opgevoerd naarmate het seizoen vordert en word uitgebreid met wasmotten.
In de natuur is de rups het favoriete voedsel om de jongen te voeren en doormiddel van de wasmotten bootst je dit na.
Als het koppel overtuigd is van het feit dat er voldoende voedsel is dan gaat de pop over tot eitjes leggen.
Over al die jaren genomen is het gemiddelde per nest 8 eitjes welke worden gelegd in mos en dierlijk haar en in een tijdbestek van ongeveer 15 dagen worden deze dan uitgebroed.
In de eerste vijf dagen krijgen de pimpels buffalowormpjes,witte meelwormen,pinky’s,wasmotten en eivoer tot hun beschikking.
Op de vijfde dag worden de jongen geringd met de wettelijke ringmaat van 2,5 mm groot, welke worden voorzien van een ventielslangetje.
Zijn de jongen met het uitkomen nog lichtroze van kleur met lichte dons, dan is het bij het ringen de kleur alweer donkerder en veranderd de kleur naar groen met goudgeel naarmate de veren doorkomen.
Met het uitvliegen wat overigens wel eens 18 dagen kan duren zijn de jongen bijna gelijk van kleur zoals de ouders zijn ,al is dit wel nog fletser en het staartje is dan ook nog niet volgroeid.
Al vrij snel na het uitvliegen imiteren de jongen het opneem gedrag van voedsel maar vergist u niet ze zijn dan nog zeker niet geheel zelfstandig,wat ik zelf als leidraad aan houd is het staartje, is deze volgroeid dan is de vogel in kwestie ook zelfstandig.
Het eerste jaar dat ik de meesjes kweekte had ik de broedkooi nog geheel aan gekleed met groen en natuurlijke takken,nu na zoveel jaar later is de kooi geheel kaal met twee rechte zitstokken.
Als men besluit om de pimpelmees in te zetten voor de broedkooi kweek moet men de man altijd in de gaten blijven houden dat deze niet te fel word van al het levende voer.
Is dit wel het geval dan kan men hem af vangen en in een kooitje aan de tralie bij de pop houden.
Elke dag laat men dan de man even bij de pop die vervolgens gelijk met de pop paart en men vangt hem dan af als hij zijn kunstje gedaan heeft.
De man krijgt in zijn aparte kooi geen levend voer en al gauw zal hij zijn felheid verliezen en als het laatste ei gelegd is dan kan men in de regel zeggen dat de man weer bij de pop geplaatst kan worden daar deze toch vast op het nest zit. Tegen de tijd dat de jongen uitkomen kan men weer volop levend voer verstrekken en de man zal zijn vaderlijke plicht volbrengen.
De man is echt nodig om de jongen groot te krijgen want de jongen moeten af en aan gevoerd worden.
In de natuur is het zelfs zo erg dat in de meeste gevallen en dan met name de man na het groot brengen van een nest het loodje leggen.
De energie die nodig is om de grote hoeveelheid levend voer te bemachtigen voor de jongen gaat heel snel verloren uit het lichaam van de ouders en deze kunnen vooral in de rui periode niet het energie peil op orde houden wat als gevolg heeft dat zij bevattelijk worden voor allerlei ziektes en zo worden ze ook weer een gemakkelijke prooi voor roofdieren. In gevangenschap gaat deze regel vaak niet op omdat ze volop aan voedsel en vitamines kunnen komen,hierdoor kunnen pimpels in gevangenschap vrij oud worden en meerdere jaren jongen groot brengen.
Ik zelf heb een acht jaar oude pop gehad welke in haar laatste levensjaar nog een nest heeft groot gebracht.
De pimpel heeft mij jaren geamuseerd met zijn gekke capriolen maar nu is het toch echt weer de beurt aan een voor mij nieuw te kweken soort.
TEKST: ARIE BAKKER te DORDRECHT
FOTO’S: JAN de NIJS/ PIET ONDERDELINDEN.

Nestje pimpelmezen Uitgevlogen pimpelmees

Broedkooien pimpel en zwarte mezen kweek
De kweek met de Affinie Appelvink ( Coccothraustes affininis)

Man affinie
appelvink
Pop affinie appelvink
Inleiding:
De
affinie appelvink komt voor van Pakistan tot West China en in Birma. Ze leven
daar tot een hoogte van zo’n 4200 meter dit is zo tot de grens van de
boomlijn. Er zijn geen ondersoorten van beschreven. Hun grote is ongeveer 22 cm.
Man en pop zijn totaal verschillend van kleur en dus eenvoudig te herkennen.
Mijn koppel kwam rechtstreeks vanuit de vogelhandel/ import.
Man
en pop zitten vanaf de aankoopdatum ( september) bij elkaar in een buitenvolière
van een meter breed, twee meter hoog en twee en een halve meter diep.
De kweek:
Nadat
ze de koude wintermaanden goed zijn doorgekomen, buiten dus, begon de man half
april zijn roep of zang wat harder en meer te bezigen. Eind april zag ik dat de
man kokosvezel in de snavel nam om het vervolgens weer te laten vallen.
Na een paar dagen begon de pop ook nestmateriaal te pakken, maar zij maakte hier gelijk een nest van. Ze gebruikte hiervoor als basis een wilgentenenmandje met een doorsnee van vijftien centimeter, en bouwde hierin een keurig nest van alleen kokosvezel.

nest affinie appelvink
Op
zestien mei was het nest volledig af. Vanaf deze dag was de man nog drukker van
gedrag en werd er met regelmaat gepaard. Op dertig mei was er het eerste ei, op
een en dertig mei het tweede en op een juni het derde en laatste ei. De pop is
vanaf het eerste ei gaan broeden. Op dertien juni rond 14.00 uur was de pop even
van het nest af en bleken er twee jongen te zijn geboren. En rond 19.00 uur
bleek ook het laatste jong te zijn geboren. Overigens heb ik de man nooit op het
nest gezien, maar zodra de jongen waren geboren veranderde hij in een
voorbeeldige beschermer en voedsel aandrager.

5 dagen jong affinie appelvink
Op
achttien juni zijn de vogels geringd met een ring van 4.0 mm wat eigenlijk al
vrij moeilijk ging. Volgens informatie zou er geringd moeten worden met een ring
van 3.5 mm. Maar bij aankoop van de ouder vogels heb ik met een schuifmaat de
poten opgemeten en bleek dat de poten van de pop 3.8 mm waren en die van de man
3.6 mm waren, dus daaruit bleek dat er geringd moest worden met 4.0 mm. En
achteraf gezien was dit de juiste keuze omdat de jongen nog forser zijn geworden
dan de ouders.
Zodra
bij de jongen de veren doorkomen, is meteen heel goed het verschil te zien
tussen man en pop, want ze zijn al meteen op kleur, hetzij nog wel matter dan de
ouder vogels.
Op
negenentwintig juni zijn de jongen uitgevlogen. Zowel man als pop voeren
fantastisch. Op eenentwintig juli is ronde twee begonnen met een nieuw nest en
daarin het eerste ei. Ik heb op deze dag dan ook de jongen van de eerste ronde
uitgevangen, mede omdat deze toch al de leeftijd van ongeveer veertig dagen
hadden bereikt en goed zelfstandig waren. De tweede ronde verliep net als ronde
een en resulteerde weer in drie jongen. In totaal dus zes heel mooie jongen van
een koppel in een seizoen.
Ik
vind het een zeer leuke en uitdagende vogel om mee te kweken, welke bij mij ook
totaal geen agressief gedrag vertoonde naar aansluitende volières met andere
vogels te weten aan de ene kant de daurian roodstaart en aan de andere kant de
roodkeel nachtegalen
Voerwijze:
Het
voer buiten de broedtijd bestaat bij mij uit een mengeling van grove parkieten
gemixt met wat onkruidzaden.
Het
voer in de broedtijd bestaat uit diezelfde mix van grove parkieten zaad
aangevuld met onkruidzaden en dan ook nog eivoer, meelwormen, buffalowormen, en
moriowormen. Verder zo nu en dan wat krekels en sprinkhanen.
Kuren:
Kuren
wordt er bij mij dus niet gedaan. Ik vind dat de vogels het maar uit hun voeding
moeten halen. Ik zorg dat daar genoeg vitamines en mineralen voor ze in zitten.
Dit in combinatie met het goed schoon houden van de kooien. Zo krijg je, en hou
je gezonde en sterke vogels in je bestand.
Tekst
Arie Bakker
Foto’s
Jan de Nijs en Piet Onderdelinden

pas uitgevlogen affinie appelvink pop