Terug

DECEMBER 2007

 

 

KWEEKVERSLAG van het WINTERKONINGKJE /TROGLODYTES troglodytes

 

 

 

Inleiding:

 

De Latijnse naam van het winterkoninkje zoals wij hem noemen is bijna groter dan het vogeltje zelf met zijn 9 cm en daarmee is het een van de kleinste vogeltjes welke ons land rijk is.

Het is een rood/bruin vogeltje wat bijna over het hele lijf wel gemarmerd lijkt. Boven het zwarte oog is een lichte lange wenkbrauwstreep te vinden.

Dan is er natuurlijk nog het zo karakteristieke kleine opstaande staartje. Pootkleur is bruin. Het is een echt territorium vogeltje, het mannetje maakt in de aanloop naar het broedseizoen verschillende nesten bestaande uit plantendelen, mos, e.d.

Het gelokte vrouwtje kan een keuze maken uit een van deze nesten, bevalt een van de nesten, dan zal zij zich laten paren en vervolgens worden dan eitjes in april of mei gelegd.

De kleur van de eitjes is vaal wit met zeer fijne bruinachtige spatjes op de stompe kant.

De pop broedt alleen de eitjes uit, in een tijdbestek van ongeveer 14 dagen. In deze 14 dagen is het mogelijk dat het mannetje nog een popje kan verleiden, en zal ook met haar paren en in een later stadium onderhouden in de vorm van, met het meehelpen om de jongen groot te krijgen.

Als de jongen uitgekomen zijn dan zijn deze vrij licht van kleur en worden donkerder naarmate de veren door komen. Op het moment van uitvliegen, en dat is ook weer ongeveer 14 dagen, zijn de jongen donkerbruin van kleur en missen dan de tekening in de veren en het staartje is dan ook nog niet volgroeid.

Het mannetje laat een mooie zang ten gehore brengen, dit is ongelofelijk hard als je het formaat van het vogeltje ziet.

 

 

De kweek:

 

Verschil tussen man en pop is te zien  hetzij het allemaal maar minimaal is.

Man is dieper bruin van kleur en de bestreping die aanwezig is die is helderder van kleur dan bij de pop.

Man en pop hadden de gehele winter buiten apart van elkaar gezeten, ze konden elkaar wel horen maar niet zien.

De vogeltjes waren vrijwel onzichtbaar in hun volledig beplante volières.

De man liet in de winter zijn lied horen hetzij wel minder hard en lang als in het broedseizoen.

Het voer wat ik aan de winterkoninkjes gaf is het volgende:buffalowormpjes,eivoer,broodkruimels,universeelvoer,zaad e.d.

In het broedseizoen werd dit menu uitgebreid met weideplankton en heel veel bladluis.

Half februari is het nog steeds koud en nat maar wetende dat de man meerdere nesten maakt en hiervoor toch zijn tijd nodig heeft heb ik hem nestmateriaal gegeven en verschillende nestkastjes type half open en type kleine Pimpelmees nestblokjes. In de beplanting wat bestond uit Coniferen was natuurlijk ook nog plek voor een eventueel vrijstaand nest. Begin maart constateerde ik het eerst gebouwde nest in een halfopen nestkastje waarvan de bovenkant gemakkelijk open kon.

In totaal werden 3 nesten gemaakt waarover hij ongeveer een maand deed en hij maakte deze nesten van kokosvezel en mos. Begin april begon zijn gezang aan te zwellen en ik besloot op 18 april om de pop bij de man te plaatsen. Beide vogels verdwenen in het groen en op een enkele schermutseling na ging het goed en waren ze zo doende aan elkaar gekoppeld. Op  27 april constateer ik in het eerst gebouwde nest in het halfopen nestkastje het eerst vaalwitte eitje wat licht gespikkeld was. In totaal werden er 4 eitjes gelegd waarvan er 3 uitkwamen na ongeveer 14 dagen broeden. Na 4 dagen kon ik gemakkelijk het halfopen nestkastje openen en ik kon het koepelvormige nest wat van boven zeer dun was heel gemakkelijk openen om de jongen eruit halen. Ik heb het grootste jong met de wettelijke maat van 2,4 mm geringd,de andere 2 jongen heb ik geringd met een 2,3 mm ring want dan hoefde ik maar een keer de vogels te storen en zodoende vergrootte ik de kans dat de jongen groot kwamen.

                                                             

Op een leeftijd van 16 dagen vlogen de jongen uit. Ik heb de jongen geobserveerd waar deze zich schuilhielden want ik hoorde alleen nog maar bedel geluiden en ik wist niet hoeveel er uit eindelijk waren uit gevlogen. Na lang kijken kon ik de drie jongen vinden in de lage onder begroeiing. De jongen werden nog zo’n 12 dagen na het uitvliegen doorgevoerd. De man begon vervelend te doen en hierdoor verloor ik het oudste jong. De 2 overige jongen heb ik direct uitgevangen en apart van elkaar binnen opgekooid. Het is bij een broed ronde gebleven.

Ondanks het wat magere resultaat van twee jongen van dit kweekkoppel was en ben ik toch weer zeer verheugd met het behaalde kweek resultaat. U weet nu zo ongeveer wel dat het mij elke keer weer om de nieuwe uitdaging gaat van een voor mij nieuw te kweken vogelsoort en niet om de hoeveelheden.

 

RESUMEREND:

 

Een klein territoriaal vogeltje wat je eigenlijk door zijn snelheid en schuwheid maar zelden ziet in een grote volière.

Zang is hard en mooi te noemen. Veel nestmateriaal moet worden verstrekt aan de man zodat hij zijn energie kan steken in het bouwen van meerdere nesten.

Nu de jongen bij mij volgroeid zijn is mij gebleken dat ze ook zeer goed geringd kunnen worden met een 2,3 mm ring,echter is dit niet bij wet verplicht. Bij het zelfstandig worden van de jongen moet er goed op de oude man gelet worden en worden in gegrepen als hij vervelend gaat doen in de richting van de jongen. Voor mij is de zoektocht weer inmiddels gestart naar een nieuwe voor mij te kweken soort.

 

TEKST: Arie bakker te Dordrecht

FOTO’S:Jan de Nijs/Piet onderdelinden.

 

                 

                          Nest Winterkoningkje                                                                                    Pas geringde jonge

                                  

              Uitgevlogen jong                                               Winterkoninkje in rui kleed

 

 

 

 

December

 

 

De zwarte mees/ parus ater

 

I

 

Inleiding:

 

 

De zwarte mees is een echte bosbewoner en zijn voorkeur gaat uit naar naaldbomen en berkenbomen.

Het verspreidingsgebied is enorm, het beslaat bijna geheel Europa, een groot gedeelte van Azië tot diep in het atlasgebergte van noord-afrika.

De zwarte mees heeft een lengte van +/- 11 cm, heeft een zwarte kop, witte wangen en een witte achterhoofd vlek. Bovendekveren zijn zwart/grijs met witte/grijze vlakken op de vleugels. Onderzijde is bruinachtig/grijs.

In de natuur wordt er gekozen voor een spleet of een holte in stronken, muren en rotsen als nestplaats. Als er geen natuurlijke nestholtes aanwezig zijn word er ook wel eens een nestkast geaccepteerd. Het is een echte insecten eter die

s’ winters ook overschakelt naar zaden etc.

Mijn eerste eigen kweek met de zwarte mees:

 

Vele wegen leiden naar Rome toch?

Volgens kenners zou je duidelijke verschillen zien tussen man en pop (uiterlijk), met daarbij het gedrag van de vogels kan je man en pop onderscheiden ( zegt men).

Welnu, op het zicht is het niet of nauwelijks te zien (bij aankoop van de vogels en na vele uren van observatie is het wel te zien, maar de verschillen zijn zeer minimaal), wat je dan meer houvast kan geven is na heel lang observeren het gedrag en inderdaad de man heeft een net iets langer riedeltje dan de pop.

Dus als u in de gelukkige omstandigheden verkeert om een koppel te bemachtigen, tob dan niet net als ik maar laat meteen DNA trekken zodat u zekerheid heeft. En wees er zuinig mee, want ze zijn nog steeds niet volop aanwezig in onze volières.

 

In de volière waren diverse Europese insecteneters gehuisvest, o.a. de grote gele kwikstaart, het baardmannetje, de zwarte mees etc etc. verschillende nestkasten werden aangeboden en de keuze was gevallen voor een berkenhouten parkietenblok. Op een april (en dat is echt geen grap) werd er hoofdzakelijk door de pop begonnen met nestelen. De eerste laag bestond uit natuurlijke mossoorten, de tweede laag bestond uit haren vanuit de gegeven sisalfiber. Op vier april zijn het hoofdzakelijk zwarte hondenharen (rottweilers), daarna was het de beurt aan wat katoenplukken en als definitieve afwerking werden er grijze geitenharen gebruikt. Het is werkelijk enorm wat deze vogels aan nestmateriaal verwerken. Ze bouwen dan ook een prachtig nest.

 

Op zeven april had ik het eerste ei (ik kon mijn geluk niet op), op tien april echter pas het tweede ei (gaat dit wel goed). Vanaf dit moment werd de man zeer fel op alles wat er te dicht bij het nestblok in de buurt kwam. Dit heeft echter nooit voor grote problemen gezorgd. Op zestien april lag er het achtste ei en op achttien april is ze gaan broeden.

 

Op dinsdag 29 april lagen er twee eierschalen op de grond onder het blok, jongen? Voorzichtig gekeken toen de pop even van het nest was, geen jongen maar de overige eieren vies en besmeurt met bloed. Dus met andere woorden de jongen worden geboren om vervolgens weer te verdwijnen, wat nu? Ik ben gaan zitten om te observeren wat of er nu gaande was, niet veel later zag ik de pop met een eierschaal vliegen op weg naar een plek die later haar dumpplek zou blijken. Ze vloog terug en haalde het jong eruit en dumpte die ook op dezelfde plek. Zo verliep het met alle jongen. Ik heb nog wel geprobeerd om de jongen terug te leggen maar ze gooide ze er gewoon weer uit. Oké, mocht er een volgende ronde komen ga ik rapen, je moet toch alle trucjes uit de kwekerskast halen en proberen.

Op dertig april krijg de pop ervan langs, dat was gewoon niet mooi meer ( ik vond dat ze dat eigenlijk wel verdiende op dat moment).

Op drie mei zit de pop er niet goed bij ( eieren leggen misschien)? Op zes mei eerste ei en op dertien mei het achtste ei, alles was geraapt en werd op de dertiende gezet. Op vijfentwintig mei eierschalen te zien op haar vaste dumpplek. Zes eieren waren tegelijk uitgekomen, en na het opzij schuiven van de bovenste kraag met nestmateriaal zag ik zes prachtige jonge zwarte meesjes liggen. Hopen nu.

 

Alles lijkt nu wel goed te gaan,en nu? Gepast voedsel zien te vinden. Het altijd verstrekte levende voer kon geen goedkeuring meer genieten van de oudervogels en ook het zo graag opgenomen eivoer werd totaal genegeerd. Uh ja, spinnen, bladluis etc moest er komen anders zag ik de bui alweer hangen, gelukkig was alles op dat tijdstip voorhanden ( goed hé de natuur, mensen zouden wat vaker naar wat er in de natuur gebeurd moeten kijken en eventueel volgen) en de vogels begonnen de jongen als gekken te voeren. Op de leeftijd van zes dagen heb ik de jongen geringd met de wettelijke ringmaat van 2.5mm. dit ging nog maar net. De ringen waren omkleed met een rubberen ventielslangetje. Omstreeks deze dag was heel de buurt spin en bladluisvrij, maar gelukkig werd het in hun ogen te grote voedsel wat eerder al werd aangeboden nu ook geaccepteerd en gevoerd aan de jongen. De ouders voerden fantastisch.

 

 

Op een leeftijd van +/- zestien dagen vlogen/klommen de jongen uit om vervolgens allemaal apart te gaan zitten in de volière. Gelukkig lieten de andere vogels ze met rust ( overleving strategie vanuit de natuur?) Man en pop hadden het wel heel erg druk om alle jongen nu te voeren, maar bleven dit perfect doen. Op een leeftijd van ongeveer tweeëndertig dagen achtte ik de jongen zelfstandig (zag de jongen al vrij snel uit nieuwsgierigheid bij de ouders op de eivoer bak zitten en ze imiteerde daar het gedrag van de ouder vogels). De jongen zijn toen allemaal naar binnen gegaan en apart gezet in een broedkooi. Ik weet niet of dit echt nodig was maar het werkte perfect. De oudervogels zijn toen ook naar binnen gehaald zodat er buiten weer een ander koppel het kon gaan proberen in de volière. Tenslotte waren de jongen nu op stok. Tot mijn grote verbazing gingen ze gewoon verder met ronde drie in een kooi van ongeveer een meter in het vierkant. Wel had ik het gebruikte blok van de eerste twee rondes erin gehangen en de kooi wat aangekleed met denne/sparretakken.

Dit roulatie systeem pas ik al jaren toe en op deze manier zijn er al veel “van de wat moeilijkere soorten” in broedkooien geboren. O.a. roodborstjes, pimpelmezen, baardmannetjes, zilveroor en Japanse nachtegalen, minla’s ( de blauwvleugel en roodstaart) etc etc eigenlijk te veel om op te noemen. Misschien denk je nu “hand opfok”, nee zeg ik dan want in mijn ogen is dit helemaal niet nodig als je maar de juiste omgeving nabootst en op de juiste manier voert. De vogels kunnen het echt veel beter dan wij dat kunnen, en als je het eventuele verlies op de koop toe neemt dan beleef je de hobby van het eigenkweek natuurbroed vogels zo intens en de voldoening is dan zo groot (en daar doen we het toch voor) dat je nog jaren plezier kan beleven van onze vogels, dus ik zeg uit principe nee tegen handopfok.

Hoe een ander er over denkt en wat ze ermee doen moeten ze zelf weten, we leven tenslotte in een vrij land. Maar goed al met al weer een geslaagde kweek met 100% natuurbroed en goed geringde zwarte mezen, een alleraardigst vogeltje in zijn doen en laten, een leuk trillertje qua stemgeluid en totaal niet agressief ( op een heel kleine periode in de broed na)

 

Tekst: Arie Bakker Dordrecht

Foto’s: Jan de Nijs en Piet Onderdelinden