Terug

Kweekverslagen februari
2009: Witgesternde Blauwborst
2008: Zwartkopje
Heggenmus
Orangebuikvliegenvanger





Februari 2009

Mijn eerste fok met de Witgesternde Blauwborst


In het najaar van 2007 kon ik per toeval een koppel blauwborsten kopen. Bij thuiskomst heb ik ze samen met twee koppels baardmannen en een koppel gekraagde roodstaarten gehuisvest in een volière van ongeveer zeven vierkante meter. Deze volière is goed begroeid met klimop en diverse andere planten, ook bevindt zich in de volière een klein vijvertje met wat goudvissen erin, dit water wordt ook gebruikt als drinkwater. Verder zijn er in de schuur twee voerplaatsen waar ik in de wintermaanden Orlux universeelvoer vermengd met insektenpate voer en elke dag een bakje buffalowormen.


Man Blauwborst

Zo rond december heb ik de pop van de blauwborst en de pop van gekraagde roodstaart ieder apart gezet in ruime kooien in de schuur. Dit omdat er af en toe wel wat onenigheid was bij de voerbak. De vogels kwamen goed de winter door en de man ging zo omstreeks maart steeds harder fluiten, dit deed hij vooral in het nachthok waar hij de pop ook kon zien. Ik heb de pop op 13-03-08 bij de man losgelaten in een ruimte van ongeveer vier vierkante meter welke ze vanaf dat moment voor zichzelf hadden. Er werd in het begin wel wat gejaagd, maar het nam geen extreme vormen aan. Rond half april zie ik de man regelmatig baltsen, wat echt een indrukwekkend gezicht is. Dit gebeurt altijd op de grond, de man gaat tegenover de pop zitten met zijn blauwe borst vooruit en zingt uit volle borst
Op 04-05-08 gaat de pop op zoek naar een broedplaats, ze zoekt hier in mijn ogen het meest ongelukkige plekje voor uit wat er maar is, namelijk net naast het deurtje op de kopse kant van een boomstam welke voor sier in de volière staat. Ik heb de boomstronk zo onderuit getrokken zodat het niet meer mogelijk was om er een nest op te maken. Vervolgens zocht ze een andere boomstam op welke ook in de volière stond en ook hier weer op de kopse kant. Ik ben vervolgens riet gaan snijden en heb dat om de boomstam heen gebonden. Vervolgens een touwnestje op de kopse kant van de boomstam, tussen het riet in geplaatst.


Nest

De pop ging gelijk op onderzoek uit en kroop al snel in de rietpluimen om in het touwnestje te gaan zitten. Op 08-05-08 gaat de pop beginnen met de nestbouw terwijl de man luid zingend toekijkt. Het nest wordt gemaakt van lang gras, kokosvezel, mos en dierenhaar. Het menu van de vogels is inmiddels een stuk verder uitgebreid en bestaat nu uit pinkies, geknipte wasmotten, miereneitjes, buffalowormpjes en witte meelwormen. Ook is er altijd universeelvoer ter beschikking. Nu is het wachten op het eerste ei en dat komt er en wel op 12-05-08. In de daaropvolgende dagen wordt het legsel compleet gemaakt totdat er 6 eieren liggen. De pop is gaan broeden vanaf het vierde ei, op dat moment heb ik ook de man eruit gevangen. Dit heb ik moeten doen omdat hij zoveel lol kreeg in het zingen dat hij daar s’nachts om 3 uur al mee begon. Hij deed dit zo luid dat als ik de andere ochtend om een uur of zes naar buiten ging ik bij al de buren de ramen dicht zag zitten en dat bij 25 graden zei mij genoeg. De man heb ik toen in de schuur gezet en wel zo dat hij de pop toch kon zien.
De pop accepteerde het en ging gewoon door met broeden en op 28-05-08 vond ik dan ook de eerste eierschalen in het nachthok, er waren drie jongen. Op 29 en 30 mei volgden nummer 4 en 5. De pop voert in eerste instantie hoofdzakelijk buffalo’s, maar gaat na een dag of twee over op de pinkies, al het voer wordt bepoederd met Avian Carmix. Vanaf 31-05-08 ben ik ook weer witte meelwormen gaan voeren welke ook goed gevoerd worden.


Blauwborsten 5 dagen



Blauwborsten 8 dagen

Blauwborsten 5 dagen Blauwborsten 8 dagen In de ochtend van 02-06-08 vier jongen geringd, hiervan was er s’avonds één af, welke ik gelijk weer geringd heb inclusief het vijfde jong. De volgende morgen weer gecontroleerd en al de ringen zaten er nog om. In deze periode is de pop soms er onrustig en roept veel, maar blijft goed voeren. Op 10-06-08 zijn de eerste twee jongen uitgevlogen en op 11-06-08 de andere drie. Op 13-06-08 heeft de pop weer een nest met hierin het eerste ei. De man zit er nog steeds niet bij dus is het ei onbevrucht. Het is ook niet de bedoeling dat de pop verder gaat met broeden i.v.m. ruimtegebrek. De jongen blijven heel goed verborgen en ik weet daarom absoluut niet hoeveel jongen er nog leven. Op 18-06-08 ben ik ook begonnen met het voeren van pinkies en witte meelwormen op de grond van de volière omdat de jongen daar veel zitten en zo toch zelf voer kunnen vinden en leren eten. Zo rond 23-06-08 laten de jongen zich steeds vaker zien en zijn bijna net zo groot als de pop, op die datum heb ik voor het eerst vier jongen tegelijk gezien. De jongen gaan ook steeds vaker het nachthok in om zelf te eten. Op 29-06-08 heb ik de pop uit de volière gevangen en is samen met de man naar een kennis gegaan. Bij het uitvangen van de pop bleek ik toch nog over vijf jongen blauwborsten te beschikken.
Al de jongen zijn inmiddels door de rui en het resultaat is drie mooie mannen en twee poppen. Al met al een prachtige vogel om mee te kweken.

Teus Hartog



Februari 2008

Mijn eerste fok met het Zwartkopje (Zwartkop tuinfluiter) Sylvia atricapilla


De tuinfluiter is een echt trekvogeltje. Vanaf half juli tot begin oktober verdwijnt dit vogeltje uit Nederland. De insecten voorraad loop hier dan behoorlijk terug en dat is nu juist het voedsel waar onze Tuinfluiter niet zonder kan. Hij zoekt dan ook een plekje ten zuiden van de Sahara woestijn in Afrika om de winter door te brengen. Daar zijn altijd volop insecten. Toch vindt hij het plezieriger om in ons wat frisser land zijn eieren te leggen. Hij komt meestal zo ongeveer eind april, eind mei in ons land terug. De Tuinfluiter zoekt dan een plekje op waar wat struiken en bomen staan die het liefst niet al te oud zijn.
Hij broedt het liefst vlak boven de grond, maar dan wel in bramenstruiken, rozen of meidoorns. Je mag één keer raden waarom hij juist zulke stekelige nestplaatsen uitzoekt. In de oudere bossen waar weinig ondergroei te vinden is vindt de Tuinfluiter het maar niets. We noemen deze vogel dan ook wel een pioniers soort. Dat wil zeggen dat je hem vooral veel tegen komt in jonge begroeiingen, zoals pas aangeplante bossen, maar ook tuinen waar steeds weer in veranderd wordt.Hij is een pionier, een eersteling, iemand die de anderen voorgaat. Wordt de begroeiing ouder dan komen er veel meer vogelsoorten bij en na een poosje vindt de Tuinfluiter het blijkbaar te druk worden. Dan houdt hij het voor gezien en zoekt een minder gezellig plaatsje.


Man Zwartkop

De Kweek
In het najaar van 2006 kon ik aan een koppeltje zwartkoppen komen, mijn oog was hier op gevallen omdat ik op zoek was naar een mooi europees insectenetertje welke ook een goede zang heeft. Nou dat laatste heeft hij in de daarop volgende tijd bewezen. Over het verschil tussen man en pop is ook geen discussie nodig, omdat dit verschil duidelijk te zien is. De man heeft een zwart petje en de pop een bruin petje. De vogels zaten in de winter in een goed begroeide volière van ongeveer 7m2 samen met een koppeltje Baardmannetjes. Als voeding krijgen de vogels Orlux universeelvoer gemengd met insectenpaté en elke dag wat buffalowormpjes.
In maart 2007 heb ik het koppel zwartkoppen en het koppel Baardmannetjes gescheiden om er gericht mee te kunnen kweken. Het onderkomen van de Zwartkoppen was 2.0x1.5x2.0 M welke goed begroeid was met klimop en een struik met hieraan vast een klein binnenverblijf waar ik voer. Ook is er een vijvertje met vissen in de volière aanwezig welke de vogels als badwater en drinkwater gebruiken. Hier en daar had ik in de klimop diverse nestjes aangebracht. Van agressie naar elkaar was geen sprake.
Eind maart zag ik het mannetje regelmatig met nestmateriaal naar dezelfde plek in de klimop vliegen en ook het vrouwtje ging daar regelmatig een kijkje nemen. Na inspectie bleek dat het nestmateriaal op die plaats niet goed bleef liggen, dus heb ik er een mandje neergehangen. Beide vogels gingen hier wel regelmatig inzitten, maar echt gebouwd werd er niet. Op 14 mei voerde ik weer nestcontrole uit en tot mijn verbazing lag er een keurig nest van kokosvezel in het mandje. Dit verbaasde mij gezien het feit dat als de mogelijkheid zich voordoet ik alles heel goed in de gaten houd, maar ik kan zelfs niet zeggen of het nest nou door de man of de pop is gebouwd. Vervolgens keek ik elke dag even of er al een ei was, maar na een dag of zeven gaf ik dit op, omdat er maar niks kwam, en de moed begon mij al aardig in de schoenen te zakken en bij het mannetje volgens mij ook want hij zong z’n eigen helemaal schor (dat vonden wij dan weer niet erg). Uiteindelijk zag ik op 22 mei een paring wat weer hoop gaf. Het mannetje ging als een bolletje zijdelings hippend naar het vrouwtje toe en ging vervolgens over tot de paring.
Op 24 mei dan toch eindelijk een eitje en de daaropvolgende dag het tweede en daar bleef het ook bij.


Jong 41/2 dag oud (ringen)

Na dertien dagen van intensief broeden door beide vogels kwam op 6 juni het eerste en ook het enige jong uit.
Het jong was naakt en had een erg blanke huidskleur. Als voer kregen ze verse buffalo’s en pinkies, miereneitjes + geknipte wasmotten uit de diepvries,welke ik weer bepoederde met Avian carmix. Van dit alles maakte ik s’morgens voordat ik naar mijn werk ging drie porties klaar welke mijn vrouw dan weer over de dag verspreid gaf, zodat er altijd vers voer was. Alles werd gewoon in een schaaltje in het binnenhok gevoerd, dit in tegenstelling tot de baardmannen die het dan nog liever laten liggen als er jongen zijn, zij zien het namelijk liever op de grond in de buitenvolière liggen. Het jong groeide goed en kon na 41/2 dag geringd worden met 2.5mm ring welke ik afplakte met het plakgedeelte van een pleister. Na 5 dagen gingen de ogen open en na 6 dagen kwamen de eerste veren door.


Jong 8 dagen oud

De eerste dagen werden er vooral de pinkies en de miereneitjes gevoerd en naarmate het jong ouder werd gingen ze steeds meer de geknipte wasmotten voeren dit alles gebeurde door beide ouders. Het jong groeide voorspoedig en vloog na veertien dagen uit en werd vervolgens nog een week of twee doorgevoerd.
Na een dag of zeventien heb ik het jong eruit gevangen, omdat de man hem na begon te jagen. Dit mede door het feit dat het koppel inmiddels weer een nest had met drie eieren. Helaas werden deze drie bevruchte eieren vlak voordat ze uitkwamen uit het nest gegooid. Waarschijnlijk is een kinderverjaardag die de dag ervoor buiten gevierd werd de oorzaak hier van. Dit betekende ook gelijk het einde van het seizoen,welke voor mij geslaagd was, omdat ik aan het begin van het seizoen had gezegd dat als ik er maar eentje op stok zou krijgen ik al tevreden zou zijn. Ook in de volière er naast ging het goed, omdat ik van één koppeltje Baardmannen elf jongen op stok kreeg.


Jong links 1 week na uitvliegen (rechts is de pop)

Op de site met deze teksts gelinkt is de zang van de man mooi te horen, en als je deze eenmaal gehoord hebt zal je hem makkelijk herkennen als je bv. in de Merwelanden bent waar hij veelvuldig voorkomt. Ook leuk aan deze vogel is dat hij vertrouwt word naar de verzorger.
Al met al een hele leuke vogel om te hebben.

Teus Hartog





Februari

heggemus (prunella modularis) kweekverslag.


Beknopte inleiding:
De heggenmus is een vrij onopvallende verschijning die vrijwel in geheel europa voorkomt.Daarbuiten komen zij ook voor in grote gedeeltes van Azië,ook zijn er diverse soorten en ondersoorten van de heggenmus ,ik zal mij beperken tot de P.modularis.
Het biotoop waarin de vogels leven kan bestaan uit parken,tuinen,begraafplaatsen enz,als enige voorwaarde geldt dat er veel begroeiing en onderbegroeiing is om in weg te duiken ,foerageren en in te broeden.

Het nest is op verscheidene hoogtes te vinden,het komvormige nest bestaat uit plantenwortels,veel mos en dierlijk haar wat zwart bruin van kleur is. Als het nestje klaar is dan word daarin tot 6 blauwgroene eitjes gelegd welke in ongeveer 14 dagen worden uitgebroed. Het broeden gaat om wisselbeurten en beide ouders nemen de verzorging van jongen op zich.
De jongen zijn licht roze van kleur en als de bevedering doorkomt is deze vrij donker bruin van kleur en is bedeeld met vele stippen/vlekken en hebben de jongen een hele mooie rode snavel/gehemelte kleur. Pootkleur is licht hoornkleurig/ bruin.
Het uitvliegen van de jongen gebeurd ongeveer 2 weken na uitkomst. De jongen gaan al vrij snel met de oudervogels mee op voedsel jacht.
In een kweekseizoen is het gemiddeld genomen met twee succesvolle nesten wel gedaan.

Vaak word hij/zij aangezien voor een gewone mus,als men wat beter zou kijken zijn er toch zeer duidelijke verschillen te zien tussen beide soorten. De heggenmus meet ongeveer 15 cm,heeft een bruin /zwart gestreepte verschijning met vooral op en om het kopje een lei blauw/grijze kleur.
Het verschil tussen man en pop is vooral te zien in het broedseizoen want dan zijn de kleuren van de man veel uitgebreider en warmer van kleur dan bij de pop welke dan beduidend bruiner is.
Het oog is rond van vorm en roodbruin van kleur met daarin een zwarte pupil. Om het oog is soms een dunne witte lijn te zien en er boven een wenkbrauwstreep. Poten zijn donker grijs/bruin van kleur en de nagels zijn zwart.
Aan hun dun en spitsig snaveltje kunnen we zien dat we te maken hebben met een insectenetende vogel maar eigenlijk is het een bijna alles eter die seizoensgewis zijn voedsel patroon aanpast. De heggenmus foerageert vooral op de grond en verorbert daar veel insecten maar ook afgevallen fruit/bessen en allerhande zaadjes. In de winter zijn ze ook onder de voedertafel te vinden en laten dan het gevarieerde aangeboden voedsel wel smaken.
De zang is zeer luid en mooi te noemen en verdient in mijn ogen meer dan de titel "boerennachtegaal of nachtegaal van de gewone man".


Kopstudie heggenmus

Aanschaf:
Het onverwante koppel werd in september opgehaald bij de kweker,deze vroeg aan mij waarom ik geïnteresseerd was in de heggenmus. Op zijn vraag antwoorden ik met een vraag: het hoeven toch niet altijd dure vogels te zijn om ervan te kunnen genieten?
Ook dit was een vogelsoort waarmee ik het een keertje wilde proberen om ze op stok te krijgen. Na nog lang over vogeltjes en kweek methodes te hebben nagepraat keerde ik naar huis terug en thuis aan gekomen had ik ze gelijk samen in een vlucht van ongeveer 125 cm breed bij 230 cm diep en 200 cm hoog gedaan. De vlucht was rijkelijk voorzien van beplanting en een waterloopje.
Als voedsel kregen zij aangeboden: fijne zaadmengeling, ei voer met wat diepvries pinky's daarin en zo af en toe wat meel of buffalo wormpjes. Daarnaast deden zij zich ook te goed aan het ongedierte/insecten die in de volière kwamen of in de volièrebodem zaten.
De gehele winter hebben zij gezamenlijk buiten gezeten zonder gebruik van een nachthok. De vogels kwamen goed door de winter al werd er zo nu en dan wel gekibbeld met elkaar,wat echter nooit heftig eraan toe ging. Naarmate het broedseizoen eraan kwam begon ik meer levend voer in de vorm van meelwormen te verstrekken.

De kweek:
Op 5 april zie ik de pop een beetje scharrelen op de grond en zij begint aan een plantenwortel te trekken die schijnbaar is bloot komen te liggen na een volière bezoekje van mijn kant. Observatie ,mensen het is zo belangrijk om te kijken en luisteren naar de signalen die uw vogels afgeven. Soms kan een geheel broedseizoen ervan afhangen.
Ik heb gelijk de vogels voorzien van kokosvezel,mos,dierlijk haar,dorre takjes en plantenwortels. De pop begon gelijk met bouwen en als fundering werden de dorre takjes van de conifeer gebruikt,daarna was het de beurt aan het mos en als afwerking werd het dierlijk geaccepteerd en gebruikt. Het nest was dus vrijstaand en gebouwd in een conifeer. De aangebrachte kapel en openkastjes konden geen aftrek genieten bij de vogels.
Als antwoord daarop begon de man uit volle borst te zingen en te baltsen,tjonge wat een melodie en volume. Nu ben ik wel wat gewend qua zang van andere soorten maar ik vind het toch altijd een mooi gegeven als de vogeltjes je verzorging belonen met nestbouw/jongen en zang.
Op 10 april zie ik dat het nest vrij groot van omvang was geworden,wat mij enigszins verbaasde voor zo'n klein vogeltje. Op 11 april zie ik voor het eerst een 100% succesvolle paring,voorheen leek het meer op vechten, ik denk dat de pop er nu klaar en ontvankelijk voor was. Donderdag 13 april zag ik in de ochtend toen ik de vogels ging verzorgen het eerste blauwgroene ei liggen wat in mijn ogen veel leek qua kleur en grote op een ei van de roodkeel nachtegaal.


De man is stiller geworden met zingen nu dat het eerste gelegd is.
In deze eerste ronde werden 4 eitjes gelegd welke allemaal waren uitgekomen op zondag 30 april. Op 4 mei heb ik de jongen met heel veel moeite nog kunnen ringen met de wettelijk voorgeschreven ringmaat van 2,5 mm,welke ik overigens voorzien had van een ventielslangetje.
Later zou blijken na ruiling voor onverwant te maken,dat ik een grotere soort/ondersoort gekweekt had dan de geruilde vogels,bij deze waren de ringen van 2,5 mm niet zo strak om de poten dan bij de door mijzelf gekweekte jongen en dit verklaarde dus het moeite van het ringen door mij.
Daar de jongen vrijwel qua datum gelijk geboren waren kon het niet in het leeftijd verschil zitten , bij insectenetende vogel jongen wil de pootdikte nog wel eens verschillen qua dikte, zo zijn de poten eerst zeer dik en rubberachtig welke later weer wat slinken en verbenen. Zo kan het dus voorkomen dat als er geringd moet worden van een bepaalde soort vogel, dat op het tijdstip van ringen de ringmaat niet goed is maar als de vogel wat ouder word de ringmaat wel krap maar passend is te noemen.
Misschien had ik een wat noordelijkere soort gekweekt dan de andere kweker,op zich komt dit fenomeen vrij vaak voor binnen een vogelsoort (b.v bij de goudvink of de barmsijs,europese nachtegaal etc etc). Hiermee is voor de heggenmus schijnbaar in de regelgeving van de wet geen rekening mee gehouden. Ik denk dat voor de door mij gekweekte heggenmusjes de ringmaat van 2,7mm zeer goed van toepassing was geweest,nu is het maar afwachten wat de 2,5 mm ringen gaan doen als de vogel op een wat oudere leeftijd komen.


Net geringd heggenmusje


Maargoed de jongen groeide dus zeer goed op het aangeboden voedsel wat nu dat de jongen er waren bestond uit: buffalowormpjes, witte meelwormen en ei voer met daarin pinky's. Meel en buffalowormpjes werden ook nu weer bepoederd met aves insecten strooipoeder en wat spirulina,dit leest u in al mijn kweekverslagen. Ik denk altijd maar wat goed is hoef je niet te veranderen,u hoeft het niet moeilijker te maken dan het is.
Op 16 mei pas zie ik dat de jongen waren uitgevlogen,pa en ma heggenmus waren zeer vasthoudend met het doorvoeren van de jongen. Er werd echter ook tijd vrij gemaakt om te paren want op woensdag 24 mei zie ik in het (oude) nest het eerste ei, ik schrijf oude tussen haakjes want het zag eruit of dat het net een nieuw gebouwd nest was, zo schoon.
Zo langzamerhand zag ik dat de man het overgrote gedeelte van het jongen voeren op zich neemt en de pop ging vaak en vrij lang op de in totaal 6 eitjes zitten,er werd ook niet zoveel gewisseld om te broeden door beide ouders. Op 12 juni zie ik dat er jongen zijn en heb ik de jongen van ronde 1 uitgevangen,ik zag nooit een aanleiding om dit eerder te moeten doen. De jongen waren toch al een tijdje geheel zelfstandig.
Op 15 juni ring ik de jongen ,ook dit keer ging het vrij moeilijk. De jongen kwamen ook in deze ronde moeiteloos groot en er volgde ook nog een derde ronde waarin weer 4 eitjes werden gelegd en waaruit er 3 groot kwamen.


Net uitgevlogen heggenmusje


De heggenmusjes hebben mij zeer veel kijk en luisterplezier gebracht in dit seizoen,maar ook voor hun gold mijn eigen gemaakte wet en dus werden ze verkocht om zo plaats te maken voor een soort welke mijn behoefte naar uitdaging kon bevredigen. Al met al was het weer een ervaring waarvan ik deze keer niet zoveel heb geleerd maar wel op sommige punten aangenaam heeft verrast.
Op naar de volgende uitdaging.

TEKST: A.BAKKER te DORDRECHT
FOTO'S: P .DEDREU en A.BAKKER.





Februari

Kweek met de Niltava Sundara (oranjebuikvliegenvanger)



Inleiding:

Het verspreidingsgebied beslaat een groot gedeelte van de himalaya en tot diep in west China en grote delen van Birma. Het is daar een vrij algemene vogel.In zijn verspreidingsgebied kan men de niltava’s broedend vinden tot op een hoogte van ongeveer 2400 meter. Het is een bewoner van lage onderbegroeiing waarin hij steeds op zoek naar dierlijk voedsel.

Het nest wat ze bouwen is meestal goed verscholen in een holte van een boom of tussen de rotsen. Het nestmateriaal wat ze gebruiken bestaat uit fijne plantendelen en veel mos. Een nest bevat gemiddeld zo’n 5 eieren. De eieren zijn vaal wit met lichte rood/bruine vlekjes op de stompe kant.

Zowel de man als de pop brengen de jongen groot. De man is toch wel een plaatje om te zien met zijn schitterende blauwe rug en bovengedeelte van zijn kop en zijn zeer bewegelijke staart. De slagpennen worden naar het uiteinde steeds donkerder en gaat het iriserende blauw over op zwart.
Zijn zwarte grote ronde kraalogen steken nauwelijks af bij zijn zwart blauwe keel en wangtekening. De scherpe afscheiding op de borst tot aan de aarsstreek is oranje/rood bruin gekleurd. De pop is bijna geheel bruin, heeft een zwart oog en zij heeft een witte keelvlek en aan beide kanten een blauw nekstreepje. Bij mijn kweekpop waren er twee zeer grote blauwe velden te zien in de nek welke doorliep tot in de hals. De buik van de pop is wel veel lichter bruin dan het rugdek. Bij de aarsstreek is zij wit. Beide vogels zijn ongeveer zo’n 17 cm groot.


Pop Niltava Sundara  ( Oranjebuikvliegenvanger)


De Kweek:

Tot aan de kweek hebben de man en de pop gescheiden gezeten van elkaar. Op 1 maart heb ik in de volière, wat het domein was van de man, verschillende nestkasten opgehangen van het type halfopen en kapelkastjes met daarin een kokosvezelnestje van ongeveer 14 cm doorsnee.

Op 2 april pop direct gekoppeld aan de man. Dit koppelen gebeurde in de ochtend. ’s Ochtend en ’s middags geen achtervolgingen of gevechten gezien dit veranderde echter in de late schemering, want toen werd er gevochten op leven en dood. Ik kan u verzekeren dat een bruine vogel uitvangen in het half donker geen gemakkelijke taak is. Het lukte gelukkig vrij snel en ik heb haar hierna in een klein kooitje bij de man in de volière geplaatst.


Nest van Niltava Sundara (oranjebuikvliegenvanger)


Op 11 april begon de man eindelijk uit volle borst te zingen, want hiervoor was het maar een verlegen riedeltje. Op 12 april zie ik de man constant om de kooi waar de pop inzit heen en weer hippen en zingen. Dit was voor mij het teken om het weer te proberen. Zo zie je dat observeren en enige kennis van zaken een vereiste is om met dit soort vogels te proberen te broeden. Je moet wat geluk hebben, maar je kunt dit voor een groot gedeelte afdwingen. De koppeling gelukte en alles was koek en ei onder elkaar. Op 7 mei vind ik het eerste ei op de grond, maar echter nog geen tekenen van nestbouw te zien. Op 9 mei zie ik de pop met mos vliegen en hier was ze zeker niet zuinig mee, want het kapelkastje werd hiermee tot aan de nok toe bijna gevuld. Op 11 mei is het nest klaar en wordt het eerste ei gelegd of is dit het tweede ei? Op 15 mei zit de pop vast op het nest. Op 2 juni zie ik tot mijn grote schrik dat het gehele nest op de grond ligt en de 5 eieren die gelegd waren zijn kapot. Deze waren echter niet bevrucht.

Ik weet dat een pop het nest kan verlaten of de eieren eruit gooit als zij aanvoelt dat er geen leven in de eieren zit. Waarom gaat zij dan zo rigoureus te werk om het gehele bouwsel af te breken. De pop is overigens een bijna 1 jaar oude vogel op het moment van de start van het broedseizoen. De vogel heb ik verkregen bij een kweker die gek genoeg niet zo serieus met de niltava kweek bezig is want de jongen worden daar ook niet geringd. De man is een oude vogel die verkregen is uit de import. Op 4 juni is de pop weer net als in de eerste ronde alleen aan het nieuwe nest bezig in hetzelfde kapelkastje. Op 6 juni is zij klaar en ligt er al het eerste ei van ronde twee. In totaal werden er 6 eitjes gelegd. Op 25 juni het eerste jong rond 15.00 uur gezien. Op 26 juni waren er 4 jongen uit en bleken de overige 2 eieren onbevrucht.



De man veranderde van een dominante en vervelende vogel tot een voorbeeldige vader die af en aan vloog met voedsel voor de jongen. Soms zelfs zo erg dat de pop niet eens de kans kreeg om de jongen zelf te voeren.

Op 29 juni ’s avonds de 4 jongen geringd met een 2,9mm ring welke was voorzien van een ventielslangetje. Op 9 juli trof ik een leeg nest aan en dus waren de jongen uitgevlogen. De jongen waren onzichtbaar geworden maar als ik eventjes stil bij de volière zat begon de man weer te voeren en hoorde je bedelgeluiden. De pop had op 11 juli weer het eerste ei van ronde drie. Weer werden er in totaal 6 eieren gelegd welke achteraf allemaal onbevrucht bleken te zijn. Had de man het te druk met de jongen of was er iets anders aan de hand? Op een leeftijd van 34 dagen achtte ik de jongen wel zelfstandig. Toen ik de jongen uitving, wat ik altijd een rot klus vind, kwam de man ook in mijn net terecht en ik besloot om de kweek maar meteen te beëindigen, want jongen waren er tenslotte al en als je als doel hebt gesteld om zoveel mogelijk verschillende soorten vogels te kweken, is het aantal jongen wat je kan kweken niet zo belangrijk. De pop met name dacht er toch iets anders over, want toen ik de oude vogels enige tijd later aan een vriend overdeed vond ik bij de pop nog 1 jong wat ongeringd was. Ik heb hier zelf nooit iets van gemerkt van dit laatste nest wat resulteerde in 1 ongeringd jong.


Niltava  Sundara jong 5 dagen oud


De jongen zijn bij het uitvliegen bruin gekleurd met vale stippen of vlekken. Er is meteen al bij het doorkomen van de veren een verschil te zien want de jonge mannen zijn wat donkerder bruin dan de poppen. En er is ook verschil in de egaliteit qua stippen of vlekken te zien en dit met name op de borst.


Het voedsel:

Het voedsel waarmee de jongen werden grootgebracht bestond uit, pinky’s, buffalo wormen, wasmotten en weideplankton. Alles werd ook nu weer bepoederd met spirulina en Aves strooipoeder. Buiten het broedseizoen werd deze voedselwijze nog aangevuld met meelwormen, universeel en eivoer. Rede hiervoor is dat dit voedsel totaal genegeerd werd in de broedperiode en dus ook niet aangeboden hoefde te worden.
Al met al weer een geslaagd kweekresultaat met goed geringde en natuurbroed niltava jongen.

Tekst: Arie Bakker Dordrecht