Terug

Januari

                                

                               Kweekervaring met Japanse en Zilveroor Nachtegalen

   

                                                              

 

                                                                                                     Inleiding:

 

Dit kweekverslag beslaat een periode van twee kweekseizoenen met de Japanse nachtegaal (leiothrix lutea) als ook met de zilveroornachtegaal (leiothrix argentauris).

Over beide soorten  als ook de soortbeschrijving is in diverse boeken als ook in o.a. onze vogels het nodige beschreven en ik ben zo vrij om dit dan ook maar achterwegen te laten.

De foto’s zullen u ook nog de nodige gegevens tonen te aanzien van de kleuren.

Beide soorten zaten zonder elkaar te zien in afzonderlijke vluchten welke de afmetingen hadden van 2,3 m diep ,2 m hoog en 1,25 m breed.

De voličres waren beplant met elk een grote conifeer van het soort thuya brabantia en deze vulde de gehele achterkant van de vlucht.

Dus met andere woorden genoeg schuil en nestel mogelijkheden.

In een later stadium werden de nachtegalen ook ingezet in  wat ik noem de broedkooi kweek.

 

                                                De kweek met de Japanse:

 

Het koppel wat direct na aankoop vanuit de importhandel in mijn voličre terecht kwam was een over duidelijk koppel want er waren zoveel kleurverschillen te zien dat er verder geen twijfel mogelijk was.

De aankoop tijd van de vogels was half september.

De gehele winter verbleven de vogels buiten en hadden ook geen nachthok tot hun beschikking.

De vogels deden het perfect en al het voer wat aangeboden werd graag opgenomen door de vogels.

Op 23 maart zie ik de pop met kokosvezel in haar snavel en na nadere inspectie zie ik een half gemaakt nest in een door mij aangeboden tenen mandje wat ik in de conifeer tegen de stam aan had gebonden.

 

                                                

Twee april is het eerste ei gelegd van ronde een.

In totaal werden er 4 eitjes gelegd welke vaalwit met diverse roodbruine spatjes gekleurd waren.

Op 20 april nest gecontroleerd en toen zag ik dat alle 4 de eitjes onbevrucht waren en ik had deze toen gelijk maar verwijderd.

Het eerste ei van ronde 2 zag ik op 25 april in het oude nest.                 

                                                       

Ook nu weer was het legsel compleet met 4 eieren.

Man en pop broeden goed om beurten en zo kwamen  er op 10 mei 4 jongen uit.

De jongen waren lichtroze van kleur en naarmate de jongen ouder werden ,werd de kleur donkerder.

Man en pop voerden de jongen uitstekend van het door mij aan geboden voedsel wat bestond uit meelwormen,buffalowormen,wasmotten,krekels,sprinkhanen en het weideplankton.

Het altijd zo graag gegeten ei voer werd pas rond de vijfde dag oud aan de jongen gevoerd.

Op 15 mei heb ik de vier jongen geringd met een 3,2 mm ring welke was voorzien van een ventielslangetje.

Negen dagen later op 24 mei vliegen/klauteren de jongen uit het nest,de jongen zijn op deze leeftijd gelijk van kleur hetzij wel matter en de staart is ook nog beduidend korter.

 

                      

Op 3juni vind ik het eerste ei van ronde drie in weer hetzelfde nest als in de voorgaande rondes.

Het voeren van de jongen uit ronde twee ligt nu bij de man want de pop kijkt niet meer om naar de jongen.

Ook in deze derde ronde liggen er weer 4 eieren in het nest.

Vrijdag 11 juni verwijder ik de inmiddels al zelfstandige jongen uit de vlucht,ze waren op een leeftijd van 32 dagen gekomen en de man vond het tijd dat de jongen hun geluk ergens anders maar moesten gaan beproeven.

Op 18 juni waren er weer 4 jongen uitgekomen welke op 23 juni vervolgens weer werden geringd.

Het vervolg wat aan ronde drie werd gegeven was gelijk aan ronde twee.

Ronde vier werd ook weer een succes met drie groot gebrachte jongen en toen deze waren uitgevlogen had ik het nest als ook al het eventueel te gebruiken nestmateriaal verwijderd want ik vond dat 11 jongen nachtegalen een fantastisch  resultaat was en ik wilde graag dit koppel heel houden.

De pop was het hier niet geheel mee eens want niet veel later vond ik in de voerbak een ei,gelukkig bleef het wel bij dit ene ei en vielen beide vogels in de rui.

D.m.v ruilen met andere e.k jongen kon ik voor de eventuele kopers weer onverwante koppels maken zodat deze mensen ook weer op een goede manier verder konden.

Mijn maatje raymond had al meerdere malen aan mij laten weten dat hij  geďnteresseerd was in het oude kweekkoppel want hij weet als geen ander van mijn eigen gemaakte regel af welke luid:brengt een koppel jongen groot dan gaan deze eruit om plaats te maken voor een mij nieuw te kweken vogelsoort.

Mensen er zijn zoveel mooie vogels in de wereld en zolang ik het nog kan,de inheemse soorten gekweekt mogen worden en de import van uitheemse vogels blijft bestaan heb ik mij te doel gesteld om zoveel mogelijk verschillende vogelsoorten gekweekt te hebben.

De vogels verhuisde dus.

Op deze manier heeft mijn maatje ook beslag weten te leggen op kweekoppels van  Europese hop,maskergoudvink en nog wat andere soorten.

Alle jongen vonden ook zeer snel hun weg naar nieuwe eigenaren op een koppel na want deze werden niet opgehaald na afspraak met de  betreffende persoon.

Dit koppel heb ik aan gehouden voor de broed kooi kweek in  het daar op volgende kweekseizoen.

Van dit koppel kreeg ik in de broedkooi van ongeveer 1m breed,60cm hoog en 50 cm diep 6 jongen op stok.

Dit kweekverslag beslaat dus een periode van twee kweekseizoenen welke mij dus 17 jongen Japanse nachtegalen opleverde en die zonder problemen zowel binnen als buiten groot kwamen.

Nu terug kijkend op mijn beëindigde Japanse nachtegaalkweek kan ik concluderen dat de kweek ervan niet overdreven moeilijk is.

                                                                        

 

                                                            De kweek met de zilveroren:

 

Het onderscheid tussen man en pop was mijn inziens zeer goed te zien en toch had de man die deze vogels aan mij wilde verkopen DNA analyse van de beide vogels laten uitvoeren.

Het was toch gewoon een “koppel” volgens de papieren.

De man had deze vogels al wat jaren in bezit maar had in deze tijd nooit enig teken van broedgedrag opgevangen van de vogels,wat ik hierbij wel moet schrijven is dat de vogels in een enorme kooi met ook een enorm aantal soorten vogels was gehuisvest.

Ik besloot om het toch te proberen en kocht de vogels.

Onderweg in de auto gaan er wat scenario’s door mijn hoofd: had de man gewoon de verkeerde kooi,had de man teveel vogels,was het een “koppel’ wat niets in elkaar zag zitten of was het een koppel wat wel nestbouw pleegde en eitjes lag maar die vervolgens door hun zelf of door andere vogels werden opgegeten?

Ik dacht bij mezelf we zullen het wel zien het is tenslotte juli en ik laat de vogels maar eerst eens rustig wennen.

Ik had het toch al heel druk met het verzorgen van o.a. de Japanse nachtegalen die af en aan jongen grootbrachten.

Tijdens het observeren van de zilveroren ziet ik wel degelijk dat de vogels genegenheid voor elkaar vertonen.

 

Na ongeveer een week wennen begon de man keihard te zingen en ik zag ook een paring.

 

Wat mij opviel was het feit dat als de jappen begonnen te zingen er als het waren een zang oorlog uit brak tussen de nachtegalen,wellicht had dit het innerlijke vuur bij de zilveroren doen ontbranden want op 10 juli vind ik het eerst gelegde ei in een kaal tenenmandje welke ik in de conifeer gebonden had. Dus er was geen nestbouw gepleegd door de vogels.

Het ei wat geleek op een Japanse nachtegaal ei liet ik liggen om te kijken wat er verder zou gebeuren.

Op 12 juli in het nest gekeken en daar lag nog steeds 1 ei in ik heb dit ei gemarkeerd met een viltstift en teruggelegd want ik wist niet of dat er een ei verdwenen was dan wel er geen

 ei was bij gelegd. Het laatste bleek juist want na  een dag of 5 lag het gemarkeerde ei nog steeds in het nest,dus het

 waren geen eieren pikkers.

Bij dit ene ei bleef het dit seizoen want de pop viel niet veel later in de rui. Dit is iets wat te verwachten was want

je haalt de vogels ergens vandaan en ze komen in een geheel andere situatie terecht,denk aan o.a.

omgeving,licht,voeding die anders zijn.

Positief waren de bevindingen van dit gelopen broedseizoen  dat het een echt koppel was dat elkaar zag zitten en dat het geen eieren pikkers waren. Gedurende de herfst en de winter hebben ze buiten vertoefd zonder een nachthok.

Op 15 mei  vind ik in de conifeer een vrijstaand gemaakt nest van alleen kokosvezel.

Op 17 mei vind ik het eerste van de vier in deze ronde gelegde eieren.

 

                                        

                                         

 

Na 12 dagen broeden zag het eerste jong in de ochtend  het levenslicht en het jong leek op een jong van de Japanse nachtegaal.

In de avond nog even gecontroleerd of dat het jong er nog in lag wat het geval was en ook zijn broertjes of zusjes waren allen uitgekomen.

Op een leeftijd van vijf dagen oud heb ik de jongen geringd met een 3,2 mm ring wat was voorzien van een ventielslangetje.

Deze eerste vijf dagen werden door de ouders de jongen alleen gevoerd met wasmotten en diepvries pinky’s welke werden bepoederd met insecten strooipoeder van aves en wat sperulina.

Later kregen de jongen van het gehele menu te eten wat bestond uit:wasmotten,pinky’s,meelwormen,buffalowormen,eivoer en het door mij gevangen weideplankton.

Wat ik alle nachtegalen (jappen en zilveroren) ook aanbood buiten het broedseizoen was fruit en

 universeelvoer.

                                            

 

 

De jongen vlogen uit op een leeftijd van 15 dagen oud.

De jongen zijn  op deze leeftijd gelijk van kleur als de ouders hetzij wel matter en de staart is ook nog een stuk kleiner.

Drie dagen na het uitvliegen van de jongen ligt er weer het eerste ei van ronde twee De jongen uit ronde een hadden een leeftijd bereikt van 34 dagen en waren zelfstandig,ik heb ze uitgevangen en gezamenlijk in een kooi geplaatst.

Van de vier gelegde eieren in ronde twee kwamen er drie uit.

Ook deze drie en drie jongen uit ronde drie kwamen op stok  en zo kwamen 10 jongen tot volledig wasdom.

Zoals u in het bovenstaande verslag heeft kunnen heb ik dus in twee kweekseizoen met twee koppels Japanse en een koppel zilveroren 27 goed geringde en 100% natuurbroed jongen op stok gekregen,ik weet dat het allemaal wat ongelofelijk klinkt maar de mensen die mij kennen weten wat ik er allemaal voor doet en hoe ik elke vrij besteedbare minuut van de dag met de vogels in de weer ben.

 

Uit dit verslag en andere verslagen is het u misschien wel duidelijk geworden dat ikzelf nooit hand opfok toepast op mijn gekweekte jongen dit uit eigen principe, maar dat ik er ook niet op tegen ben als iemand anders dit wel toepast(we leven tenslotte in een vrij land).

Gelukkig worden alle vogels die bij mij verblijven en/of gekweekt worden op een schitterende manier op de gevoelige plaat vastgelegd.

Dus bewijzen zijn  aan te leveren. Het is altijd een feestje als de heren fotografen komen en al zien zij erg veel vogels en kwekers, is het toch ook weer voor hun iets moois om te zien wat er allemaal kan ,mag en mogelijk is bij mij.

Ik krijg dan ook elke keer weer die spreekwoordelijke veer op een bepaalde plek voor het feit dat ik na het voor de zoveelste keer helemaal op nieuw te beginnen met een voor mij nieuwe te kweken vogelsoort weer eens is gelukt.

 

                                          

                                                       Uitgevlogen zilveroren jongen

 

Deze heren ,kwekers,keurmeesters,fotografen JAN DENIJS en PIET ONDERDELINDEN maken toch altijd weer schitterende foto’s die altijd wel te vinden zijn in de diverse vogelbladen,en dat mag ook wel eens geschreven worden.

Voor mij geld ook nu weer dat ik met deze geslaagde kweekresultaten weer veel van de vogels en alles wat daar mee samen hangt heeft kunnen genieten alsook weer dingen heb kunnen leren.

VOGELSPORT een SCHITTERENDE SPORT.

 

TEKST: ARIE BAKKER te DORDRECHT

FOTO’S: JAN deNIJS / PIET ONDERDELINDEN.