Juli
Mantelkardinaal – Paroaria Capitata Capitata

Inleiding :
Er is me van de ongeveer 16 cm grote Mantelkardinaal een ondersoort bekend, te weten de: P.C. Fuscipes en deze ondersoort huist in het zuiden van Bolivia. De verspreiding van de nominaat vorm beslaat Brazilië, Paraguay en delen van Argentinië. De Mantelkardinaal is een zeer contrast rijke soort met zijn zwarte mantel, staart en met daaronder het witte gebied. De kop is diep rood gekleurd en heeft een zwarte kinvlek die loopt van de onderkant van de snavel tot in een punt op de borst. Neem daarbij nog zijn geel oranjeachtige snavel en het rode oog met daarin het zwarte pupil. Kortom gezegd als je goed naar de vogel kijkt dan is er genoeg aan kleur te vinden. De Mantelkardinaal brengt een zang voort maar dit is niet te vergelijken met b.v. een Rodekardinaal.
In het land van herkomst vertoeven de Mantelkardinalen in de vochtige bosgebieden. Het nest wat ze maken kan men vinden in bomen en struiken en ligt dan op een hoogte tussen de 1 en de 4 meter. Het nest wordt gemaakt van dunne buigbare takjes en verschillende plantendelen.
Een gemiddeld nest bedraagt zo’n 4 eitjes en beide ouders helpen met het groot brengen van het broedsel.
De kweek:
Op zeven maart vanuit de import een “koppel” bekomen, de importeur had achteraf gezien gelijk dat hij deze twee vogels als een koppel bestempelde. Ikzelf, zag op het moment van aankoop geen duidelijke verschillen. Thuisgekomen gelijk maar D.N.A. veren monster getrokken want een jaar wachten op wat een vermeend koppel moet zijn en het dan blijkt dat het niet zo is, daar heb ik geen zin in. Nu wat later zijn mij ook de verschillen duidelijk maar dit is allemaal zeer miniem. De pop was iets matter van kleur en de kop was ronder dan die van de man. De gedragingen waren bij mij ook verschillend, de man dominant en de pop altijd wat schuwer, en zij zat altijd net iets lager in de struiken dan de man. Ik had de pop een kleurring omgedaan zodat ik vanaf een afstand de vogels goed kon observeren en uit elkaar kon houden. De vogels waren in het nachthok/schuur gevestigd en deze had ik aangekleed met 2 kunstkerstbomen, 1 met een hoogte van 1,8 meter en de andere van 1,2 meter hoog. Deze kocht ik eind januari bij een tuincentrum voor een prikkie want de voorjaarscollectie moest in de schappen dus zijn er dan flinke kortingen. In deze tijd koop ik ook altijd de kunsttakjes voor rond en in de nachtkastjes. Als het seizoen afgelopen is dan kijk ik of dat de kunstbomen en takjes nog her te gebruiken zijn. Op 19 maart zie ik aan het gedrag van de vogels dat ze in broed conditie zijn en geef ze nest materiaal in de vorm van kokosvezel en dierlijke haren. De balts bestaat uit het omhoog wippen vanaf een tak waarbij de vleugels strak langs het lijf gehouden worden, de poten laten ze hangen en stoten dan een balts roep uit. Op 21 maart wordt begonnen met het bouwen van een nest in een van de kunstkerstbomen. Op 26 maart ligt het eerste ei in het nest, het ei is groot van stuk, fel wit en op de stompe kant zeer donker gevlekt.
Op 27 maart ligt het tweede ei in het nest, ik besluit om ze verder maar met rust te laten en hun gang te laten gaan. Ik had er weinig hoop in dat het zou lukken omdat ze 3 weken geleden nog bij de groothandel zaten. Pop broedt goed maar als zij de schuurdeur hoort komt ze van het nest af. De man helpt niet mee met broeden maar bewaakt het nest wel. Als ik moet voeren of water geven valt hij mij aan. Bij controle op 4 april heb ik 4 eieren gezien waarvan er twee bezet waren. Op 9 april twee jongen in het nest. Vanaf deze dag ga ik ook levend voer geven in de vorm van krekels nr 6, witte meelwormen, pinky’s en eivoer met daarin mieren eitjes. De witte meelwormen worden altijd als eerste gepakt. Naast het levende voer en eivoer gaf ik nog grove parkieten mengeling met daar doorheen gemengd wildzang zaad. Ook gaf ik nog wat appel en peer en multi-vitamine door het water. Op 14 april 2 jongen geringd met een 3.5 mm ring welke was voorzien van een ventielslangetje. Op 22 april vliegen beide jongen uit, ze zijn gelijk van kleur als de ouder vogels alleen zijn ze wat valer. De staart is ook nog kort en de kopkleur is bruin/rood i.p.v. het dieprood van de ouders. Ze vliegen boven verwachting al zeer goed en snel. De ouders van de jongen zijn nu zeer agressief naar mij toe en ik wordt dan ook regelmatig belaagd, leuk is het niet maar je moet ze regelmatig voeren e.d. Op 1 mei is het begin van een nieuw nest zichtbaar welke nu gebouwd is in de andere kunstkerstboom. Evenals het eerste nest zit dit nest ook niet hoger dan 1,2 meter van de bodem. Op 4 mei nest klaar en het eerste ei gelegd. In totaal worden er weer 4 eitjes in deze ronde gelegd. De vogels blijven schrikachtig en nerveus, dit is niet zo gek want het is nog steeds zeer verse import. Ronde twee verloopt identiek aan ronde 1, behalve het feit dat de oudervogels steeds minder agressief worden naar mij toe. Op 19 mei had ik de jongen van ronde 1 uitgevangen, deze waren al een geruime tijd zelfstandig. Ik heb echter nooit een aanleiding gezien om ze eerder uit te vangen. Ook in deze ronde twee komen er weer twee jongen tot volledig wasdom. Ronde drie gaf mij ook weer twee volwassen jongen en zo had ik in totaal 6 echte eigen kweek en goed geringde Mantelkardinaal jongen verkregen van dit koppel in dit seizoen. Wat mij bij deze vogels op[viel is dat ik altijd 4 eieren in een nest had waarvan er altijd maar twee bevrucht waren, deze werden dan vervolgens wel met volle overgave van de oudervogels uitgebroed en groot gebracht. Ik weet dat ik met dit import koppel zeer veel geluk heb gehad want binnen 4 weken na aankoop het eerste nest gebouwd is toch wel sterk. Soms moet je in de vogelsport domweg wat geluk hebben. De uitdaging om met deze vogels te kweken duurde op deze manier wel zeer kort. Alle Mantelkardinalen zijn overgedaan naar andere kwekers en ik heb deze vogels vervangen voor Arizonakardinalen, kijken of dit wil lukken!
TEKST: Arie Bakker Dordrecht
FOTO”S: Jan de Nijs/Piet Onderdelinden

Ei Mantelkardinaal Mantelkardinaal jongen Uitgevlogen jong

Balts van koppel
De maskergoudvink (pyrrhula erythaca erythaca)

Inleiding:
De
maskergoudvink heeft bij mij weten twee ondersoorten en dat zijn de P.e.wilderi
en de P.e.owstoni.
De
nominaatvorm heeft een lengte van zo’n 15 cm en komt voor in delen van de
himalaya, China en Taiwan. De man heeft net zoals de pop een zwart masker om het
zwarte oog. Beide hebben een zwarte snavel, zwarte vleugel en staartpennen,
waarover ze in de broedtijd een iriserende glans hebben. Bij de staart zijn ook
witte vlekken te zien. De man heeft helder witte vlekken in de vleugels, bij de
pop echter zijn deze vlekken meer bruinachtig. Achter het masker is bij beide
vogels een witte rand te vinden welke over gaat in een grijze kopkleur welke het
mooist tot uiting komt bij de man. De pop is verder overwegend bruin en heeft
een witte aarsstreek. De man heeft een oranje rode borst welke doorloopt tot aan
de inplant van de poten en vanuit daar is de man wit tot aan de onderkant van
zijn staart. De kleur van de man gaat in gevangenschap achteruit en als men dan
geen kleurstof geeft zal de buik geelachtig worden.
In
de natuur is het een schuwe vogel welke te vinden is in de nu nog talrijke
bossen en wouden.
De
vogels maken een nest wat goed verborgen ligt in struiken of bomen en deze
nesten zijn te vinden van zo’n 1 tot 3 meter hoog. Het nest is gevlochten van
dunne twijgjes en allerlei andere plantaardige delen.
In
het nest worden in totaal drie eitjes gelegd en bij uitzondering wordt er nog
een vierde bijgelegd. De jongen worden uitgebroed in 12 tot 14 dagen en na nog
eens zo’n periode vliegen de jongen uit. De jongen worden nog enige tijd
daarna gevoerd door de ouders. Een tweede nest wordt gemaakt als de
omstandigheden waarin de vogels zitten ideaal is.
De
vogels zijn in hoofdzaak zaadeters, maar voor een besje of een lekker dierlijk
hapje halen zij hun snavels ook niet op. In de natuur worden de jongen de eerste
dagen met dierlijk voedsel gevoerd wat langzaam overgaat naar besjes knopjes en
zaad. Als de broedtijd erop zit dan vormen de oudere vogels en jongen grote
groepen en deze vallen als de broedtijd weer aanbreekt weer uiteen.
De
kweek:
Beide
vogels waren import en na aankoop (september) werden ze meteen buiten in de volière
geplaatst. Op 31 mei begon het koppel de eerste tekenen van genegenheid voor
elkaar te laten zien. De man liet zijn gebrabbel en zang veelvuldig horen en er
werd met regelmaat gebekt en soms ging dit ook gepaard met voedseloverdracht. Op
28 juni zie ik een paring die vrij lang duurde en na deze daad werd er een
duetje gefloten door deze vogels. Op 2 juli zie ik zowel de man als de pop met
kokosvezel in de bek, de man is de aanwijzer en laat een strootje vallen in het
goudvink kapel kastje met daarin een touwnestje wat bevestigd was aan een
staaldraad kommetje. De pop maakte van de kokosvezel een gedraaid nestje zonder
de hulp van de man. Het nest was af op 5 juli. Het eerste ei werd op 6 juli
gelegd in de avond en dit ei heb ik meteen geraapt en vervangen door een
kunstei. Op 9 juli was het derde en laatste ei gelegd en alle eieren werden dan
ook gelijk gezet. De eieren waren vuil wit van kleur met daarop rood/bruine
spatjes. Op 21 juli komen de 3 eitjes uit. De jongen zijn dan licht roze van
kleur. Het aangeboden voer wat bestond uit goudvink mengeling met daarbij witte
meelwormen en pinky’s, werd nu aangevuld met eivoer wat ze al ver voor het
broedseizoen hebben leren eten. Wat ik ook heb gegeven waren zakken vol met
paardebloem knoppen. Het paardebloem zaad vond gretig aftrek tezamen met de
witte meelwormen gedurende de eerste 5 dagen en daarna werd ook eivoer en zaad
aan de jongen gevoerd door de ouders. Op een leeftijd van 5 dagen heb ik de drie
jongen geringd met een 2,9mm ring welke was voorzien van een ventiel slangetje.
Zowel de man als de pop voeren fantastisch en de krop van de jongen zitten
barstens vol met voer. Dit fenomeen is voor een kweker die hoofdzakelijk
insecteneters kweekt een rare gewaarwording, daar de krop van de insecteneters
nooit vol zit.
Op
5 augustus zitten de jongen op de nestrand en tegen de avond waren ze
daadwerkelijk uitgevlogen. De jongen zijn nu bruin van kleur met een klein zwart
maskertje, de vleugel en staartpennen zijn zwart. Het staartje is echter nog
niet volgroeid.
De
man voert nu de jongen alleen en tussen het voeren door vind hij ook nog de tijd
om de pop het hof te maken en met haar te paren.
De
tweede ronde start op 9 augustus met het eerste ei wat was gelegd in het oude
nest welke nog brandschoon was na de eerste ronde. Op de foto zijn de eieren te
zien van de tweede ronde en als u goed kijkt ziet u alleen vuil op het stokje
voor de nestrand. Ronde twee resulteerde weer in drie eieren welke vervolgens
weer allemaal uitkwamen op 25 augustus. De jongen werden op 29 augustus geringd.
Voor mij gevoel werd het allemaal veel te laat in het broedseizoen en ik
verwachte een ommekeer in deze zeldzaam mooie zomer. Aangezien de jongen er al
waren besloot ik om het nest en de oudervogels in een binnenbroedkooi onder te
brengen welke de afmetingen had van ongeveer 1 meter breed 50cm diep en 60cm
hoog. Om zo te proberen deze ronde ook groot te krijgen. Mijn gevoel en de
teletekst berichten waren juist geweest want het weer sloeg om en het werd nat
in Nederland, maar de jonge maskertjes zaten lekker droog en kwamen allen tot
volledig wasdom. Van dit laatste nest had ik een pop aangehouden om te proberen
in het hierop volgende broedseizoen de maskergoudvink alleen in de broedkooi te
kweken. De oudervogels en de overige jongen gingen naar een goede kennis welke
inmiddels een goede vriend is geworden. De e.k. pop die bij mij thuis in de
broedkooi was uitgevlogen maar eigenlijk in de buitenvolière is geboren, heeft
nooit in een andere kooi of vlucht meer gezeten, dus wist niet beter dan de kooi
waar zij op dat moment in verbleef. De pop kreeg een import man als partner en
samen hebben ze twee nesten groot gekregen wat resulteerde in 5 jongen. Over een
periode van twee broedseizoenen heb ik dus uit twee koppels 11 jongen gekregen
welke geboren werden zowel in de buiten volière als in de broedkooi binnen.
De
vogels die bij mijn maatje zaten hebben last gekregen van ziekte verschijnselen
die we hebben geprobeerd te bestrijden met esb3 e.d. waarschijnlijk waren de
vogels die aangekocht werden, die allen uit import vogels bestonden, al ziek van
hun gemaakte reis en hij verloor hierdoor alle import vogels en enkele door mij
gekweekte vogels. De oude vogels en de gekweekte vogels hadden bij mij nooit
medicatie of voedingssuplementen gekregen, want dit was juist de rede geweest
waarom ik in het verleden gestopt was met de kweek van o.a. putters, goudvinken
en groenlingen. Ikzelf vond het gewoonweg niet leuk meer om de vogels
“preventief” te kuren. Wat ik u niet wil onthouden is het volgende, de
import van maskergoudvinken staat eigenlijk stil en ik denk ook dat in de
toekomst niet of nauwelijks meer importen zullen plaatsvinden met alle perikelen
die we vandaag de dag meemaken. Dus wees niet zo eigenwijs als ik en probeer al
het mogelijke te doen wat in uw macht ligt en kuur deze vogels om ze te behouden
in onze volières, want deze vogels verdienen naar mijn mening een plekje in
onze hobby. Voor mij is deze vogelsoort verleden tijd, want ik ben op zoek
gegaan naar een voor mij weer nieuwe uitdaging.
Tekst:
Arie Bakker te Dordrecht
Pop Mastergoudvink
Nest Mastergoudvink

Uitgevlogen jongen Mastergoudvink
Deze foto’s zijn gemaakt door : Jan de Nijs/ Piet Onderdelinden.