

In het najaar van 2007 kon ik van een kennis een koppel gekraagde roodstaarten kopen. Bij thuiskomst heb ik ze samen met twee koppels baardmannen en een koppel blauwborsten gehuisvest in een volière van ongeveer zeven vierkante meter. Deze volière is goed begroeid met klimop en diverse andere planten, ook bevindt zich in de volière een klein vijvertje met wat goudvissen erin, dit water wordt ook gebruikt als drinkwater. Verder zijn er in de schuur twee voerplaatsen waar ik in de wintermaanden Orlux universeelvoer vermengd met insektenpate voer en elke dag een bakje buffalowormen.

Zo rond december heb ik de pop van de gekraagde roodstaart en de pop van blauwborst ieder apart gezet in ruime kooien in de schuur. Dit omdat er af en toe wel wat onenigheid was bij de voerbak. De vogels kwamen goed de winter door en 23-03-08 heb ik de pop bij de man gezet, ze hadden vanaf dat moment een ruimte van zo’n drie vierkante meter tot hun beschikking. In deze ruimte heb ik twee verschillende nestkasten gehangen welke al snel door de pop geïnspecteerd worden. De man gaat in deze periode steeds meer fluiten wat niet hard is, maar wel aangenaam om naar te luisteren. Ook wordt er af en toe fel gejaagd door de man, maar daar blijft het bij. Op 15-04-08 het eerste nestmateriaal in beide nestkasten gevonden.Ook in de daaropvolgende tijd bleef de pop beide kasten bezoeken wat uiteindelijk op 04-05-08 twee half afgebouwde nesten opleverde. Op 11-05-08 is het beslist, het is de horizontale nestkast geworden welke ik aan de buitenkant had bekleed met boomschors. Er wordt nu volop gebouwd door de pop met kokosvezel, mos en dierenhaar.

Op 13-05-08 het eerste ei en in de daar opvolgende dagen werd het legsel "compleet" gemaakt tot 5 eieren, althans dat dacht ik, omdat de pop vanaf dat moment ging broeden. Ik heb ook geen nestcontrole meer uitgevoerd om de vogels zoveel mogelijk met rust te laten. Het menu van de vogels is inmiddels een stuk verder uitgebreid en bestaat nu uit pinkies, geknipte wasmotten en miereneitjes uit de diepvries + buffalowormpjes en witte meelwormen. De pop broedt goed en de man fluit zijn deuntje. Op 30-05-08 zie ik de pop met voer naar het nest vliegen en op 31-05-08 de eerste eierschalen gevonden. De man gaat vanaf dat moment erg vervelend doen en zorgt er zelfs voor dat als de pop met voer naar het nest wil, hij ze bij de nestkast wegjaagt. Na dit even aangekeken te hebben besloot ik de man er uit te vangen, ik heb hem in de schuur gezet zodat de pop hem kon zien en horen. De pop accepteerde het en ging gelijk volop door met voeren. 01-06-08 de pop voert hoofdzakelijk pinkies, buffalo’s en zo af en toe ook al witte meelwormen waar de kop vanaf is geknipt. Ze heeft het erg druk wat er op duidt dat er meerdere jongen zijn. Op 02-06-08 besluit ik om voor het eerst te kijken en de verbazing is groot als ik acht jongen zie liggen. Er zit aardig wat verschil in grootte terwijl de kleinste nog niet zolang uit het ei zijn, zijn de grootste bijna groot genoeg om te ringen. Op 03-06-08 heb ik s’morgens de eerste 4 jongen geringd, vervolgens heb ik `s avonds weer controle uitgevoerd en de ringen zaten er nog om.
Op 04-06-08 ook de overige jongen geringd, helaas was het kleinste jong dood. Op dat moment dus zeven geringde jongen. De pop ging tijdens het ringen het nachthok in wat ik vervolgens af sloot, zodat ik rustig kon ringen. De ringen waren overigens afgeplakt met leukoplast.

Op 05-06-08 de man weer bij de pop gelaten, maar het was al snel duidelijk dat dat geen succes was, dus de man er weer uitgevangen. De pop ging weer verder met voeren met als voorkeur de witte meelwormen. Ze kreeg ongeveer drie keer per dag "vers diepvriesvoer", levende buffalo’s en witte meelwormen bepoederd met Avian Carmix aangeboden. Deze diepvriesproducten werden s’morgens in porties bepoederd,en door mij klaargezet in de koelkast, waarna mijn vrouw ze, over de dag verspreid, voerde.


Vanaf dat moment heb ik geen nestcontrole meer uitgevoerd om de pop zoveel mogelijk met rust te laten. Op 13-06-08 zie ik dat er een jong is uitgevlogen en op 15-06-09 zijn al de jongen uitgevlogen. En dat blijken ook echt al de zeven jongen te zijn. Ze lijken erg veel op de pop en kunnen al vrij snel goed vliegen. Na twee weken zijn ze zelfstandig en vang ik de pop eruit om ze vervolgens samen met de man bij een kennis onder te brengen. Ik kon het i.v.m. ruimtegebrek geen tweede ronde proberen.

Als ik op 9 augustus terug kom van vakantie zijn de vogels al aardig in de rui en is het verschil tussen mannen en poppen goed te zien.
Mijn ervaring is, dat er goed met deze vogels te kweken valt, maar hou ze wat agressiviteit betreft zeker in een kleine ruimte goed in de gaten.Toen ik zes jaar geleden bij een handelaar kwam om naar vogels te kijken voor mijn nieuwe voliere zag ik een man van de Niltava`s zitten. Ik had deze vogels nog nooit gezien en was ook gelijk onder de indruk van de mooie kleuren . Aangezien ik op een paar jaar vogels houden bij mijn vader na geen ervaring had met vruchten en insecteneters besloot ik eerst wat over deze vogels te lezen. Enkele weken later nadat mijn voliere klaar was heb ik een koppel van deze vogels gekocht.

Het volgende jaar mei had de pop in een kanarienestkastje een nest van mos gebouwd.Hierin werden vier eieren gelegd die na dertien dagen broeden uitkwamen. De jongen werden maximaal vijf dagen oud . Om een lang verhaal kort te maken met het daarop volgende seizoen erbij en enkele nesten later is het oudste jong negen dagen oud geworden. De reden dat deze vogel dood ging was omdat de pop met een nieuw nest begon en niet meer naar het jong omkeek. Over de man hoef ik niet te zeggen dat hij niet meer naar het nest omkeek ,want dat deed hij al niet. Ik besloot om met de Niltava`s te stoppen en maakte een uitstapje naar de Europese cultuurvogels. De Niltava`s gingen naar een vogelmaat en ik ging met redelijk succes Europese cultuurvogels fokken.
Totdat ik vorig jaar besloot om weer terug te keren bij de vruchten en insecteneters op een koppeltje sijzen na.Verder zat er ook nog een koppel Japanse pestvogels in en de inmiddels weer aangeschafte Niltava’s . Dat jaar gebeurde er niks bij de Niltava`s .
Inmiddels zijn we aangeland in 2004 en is er nog een koppeltje spitsstaartamandines bijgekomen.
In mei zag het er naar uit dat er ook nu weer niet veel ging gebeuren totdat er bij mijn vogelmaat een nest werd gebouwd door de inmiddels alleenstaande pop. We besloten de pop op een woensdagavond te wisselen. Zodoende had ik mijn eerste pop weer terug. Diezelfde avond begonnen beide vogels naar een nestplaats in de goed begroeide voliere te zoeken. Vanwege de grote haast van de pop had ze snel een verlaten nest in een nestkastje gevonden (van de Spitsstaartamandines) waarin zondag al een eerste ei werd gelegd. Er volgde er nog drie die naar dertien dagen broeden allemaal uitkwamen. Binnen vijf dagen werden de jongen één voor één allemaal levend uit het nest gegooid. Als pluspunt had ik nu wel dat de man goed meevoerde wat ik in het verleden nog nooit gezien had.
Ook nu begonnen ze beide weer naar een nieuwe nestgelegenheid te zoeken, en die werd snel gevonden. Het werd nu een plaats in de klimop. Met mos werd een mooi nest gemaakt waarin ook nu weer vier eitjes werden gelegd waarvan er na dertien dagen drie uitkwamen. De jongen groeiden goed en werden hoofdzakelijk door de man gevoerd. Na acht dagen begonnen beide vogels weer naar een nieuwe nestgelegenheid te zoeken en dus verwachte ik het ergste. De pop voerde niet goed dus als ik de man weg zou halen had ik geen hoop op de goede afloop.

Ik besloot de pop weer nestmateriaal te geven zodat alles snel geregeld zou zijn en de man zijn aandacht weer voor de jongen had. En zo gebeurde het ook de pop bouwde een nest lag er eitjes in en ging weer broeden. De man ging op enkele schitterende baltsen na gewoon door met voeren. Dertien dagen na het uitkomen van de eieren vlogen de drie jongen uit. Ze verbleven eerst veel op de grond waarna ze later elke avond klokslag kwart voor negen uit de begroeiing kwamen om hun vliegkunsten te vertonen. Na ruim een week miste ik een jong die ik dood tussen de begroeiing vond.
Inmiddels had de pop weer jongen en al snel tolereerde ze de eerste jongen niet meer. Deze aten inmiddels zelfstandig en ik heb besloot ze apart te zetten wat, wat geen problemen opleverde. Na een dagje strand en dus niet de uitgebreide voermethode van normaal vond ik s`avonds twee jongen van het nieuwe nest dood op de grond en de ander volgde de andere dag. Dit was ook gelijk het einde van het seizoen.



Het verspreidinggebied van de zwarte roodstaart beslaat midden en zuid Europa, een deel van Azië en een deel van Afrika. De zwarte roodstaart is van nature een echte bergbewoner, maar de soort is een cultuur volger geworden in de loop der tijd en is steeds meer te vinden in menselijke nederzettingen. Deze bergvogels maken een nest in, op of tussen rotsen en rotsrichels, maar de vogels die de mensen gevolgd zijn maken gebruik van openingen in dakspanten, muurgaten en ze maken ook gebruik van de door de mens gemaakte half open nestkasten.
Het nestmateriaal wat wordt gebruikt voor de aankleding van een nest bestaat uit mos, plantendelen en wat dierlijk haar. Een legsel heeft de gemiddelde grote van zes eitjes welke wit zijn en soms wat minieme vlekjes hebben aan de stompe kant van het ei. Gemiddeld duurt de broedduur zo’n twee weken, en na nog eens een dag of veertien vliegen de jongen uit.
In een seizoen kunnen er meerdere nesten worden grootgebracht.
Het mannetje is zoals de naam zegt zwart met een roodbruine staart welke regelmatig op en neer trilt als er enige inspanning is. Op de vleugels is een witte vlek te vinden bij volwassen exemplaren. De pop is geheel grijs/ bruin van kleur. De zang of roep stelt eigenlijk niet zo veel voor, het is eigenlijk een krassend geluid met af en toe een tjek geluid erbij.

In de laatste week van april pas geprobeerd om de man en pop aan elkaar te koppelen. Voorheen hebben ze al wel in elkaar gezichtsveld gezeten.
De pop is bij de man in de volière gezet in haar eigen kleine kooitje. De volière heeft de afmetingen 1.20 m breed, 2.3 m diep, en 2 m hoog. Het was echter nog te vroeg want de man klapte gelijk meerdere malen op het kooitje van de pop en ik zag dat het direct aan elkaar koppelen geen zin had.
Op vier mei zie ik de man wat krassen en de pop reageert direct op zijn roep, ik heb de pop toen losgelaten bij de man en er kwamen wel wat achtervolgingen, maar niet van dien aard dat ik ze weer uit elkaar moest halen.
Op acht mei zie ik zowel de man als de pop met nestmateriaal in de bek wat bestond uit kokosvezel en mos. Het nest werd gebouwd in een half open nestkast hoog in de volière. Op negen mei is het nest al klaar, en dat vond ik wel heel erg snel. Maar het kon nog gekker, want op tien mei zie ik de pop op het nest zitten en na een nestcontrole zie ik het eerste ei. Op elf mei het tweede ei en ik besluit om ze verder maar met rust te laten. Op vijftien mei constateer ik dat als de pop even van het nest komt, om wat te eten of om zich te ontlasten, dat de man erg vervelend doet en eigenlijk alleen maar wil knokken. Ik heb de man toen in een klein kooitje apart gezet wat zich echter wel in het gezichtsveld van de pop bevond. Dat kon ik doen omdat de man toch niet mee helpt met broeden.

Op achttien mei is de pop even van het nest en daarin zie ik maar drie eitjes. Daar was ik toch wel even verbaasd over, want ze leggen zo’n zes eitjes gemiddeld. Wat ik wel al kon zien is dat er twee eitjes bevrucht zijn. Op vijfentwintig mei zijn er twee jongen geboren. Op dertig mei kan ik de jongen ringen met een 2.5 mm ring. Op tien juni vliegen beide vogels uit. Op elf juni zie ik de pop het oude nest alweer een beetje opknappen, en op veertien juni ligt het eerste ei van de tweede ronde alweer in het nest.

Vanaf deze dag staat de man die inmiddels weer bij de pop gelaten was er alleen voor wat betreft het voeren van de jongen van ronde een.
Ronde twee geeft mij zes eieren waarvan er vijf bevrucht zijn. Op drie juli pas komt het eerste jong uit en op vier juli waren alle vijf de jongen uit het ei.
De jongen van ronde een had ik echter op twee juli er al uitgehaald want deze waren nu al geruime tijd op de voederbak te vinden.
Op acht en negen juli ring ik de jongen van ronde twee met een 2.5 mm ring wat ook nu weer was voorzien van een ventielslangetje.

Op negentien juli vliegt ook deze tweede ronde uit. Nadat deze jongen waren uitgevlogen is de pop niet meer aan een derde ronde begonnen, maar is ze de man gaan helpen om de jongen van de tweede ronde groot te brengen.
Het voer dat tijdens de broed gegeven werd, bestaat uit een gigantische hoeveelheid pinky’s en buffalo wormen en een enkele witte meelworm.
Het andere voer dat gedurende het hele jaar werd voorgezet kon hun goedkeuring niet meer krijgen. Het voer dat het gehele jaar gegeven werd bestond uit meelwormen, buffalo wormen, pinky’s, krekels en sprinkhanen en weideplankton. Het levende voer werd ook nu weer bepoederd met voedingspreparaten. Ook werd er een geringe hoeveelheid eivoer gegeten.
Ik ben van mening dat de zwarte roodstaart niet echt geschikt is als een bewoner van een gezeldschapsvoliere, maar goed heb je een voliere met een groot aantal kubieke meters inhoud zou het wel gaan al blijft het wel oppassen. Dit ten opzichte van de vogels onderling en naar andere soorten vogels toe. Nu ik weer echte eigen gekweekte natuurbroed en goed geringde jongen verkregen hebt, luid de volgende conclusie dat de zwarte roodstaart wederom weer een vogel was waarvan ik heb kunnen leren en genieten. Op naar de volgende vogelsoort. Leuk detail is dat ik met de afgebeelde man op de foto Nederlands kampioen ben geworden in Apeldoorn, maar wat ik leuker vond is dat ik een oorkonde kreeg voor eerste eigen kweek van deze soort.


Een zeer klein en bewegelijk vogeltje. Het overgrote deel van zijn 14cm totale lichaamslengte komt ten dele aan zijn staart.
De kleuren die de ouder vogels vertonen zijn zwart met wit met een roze gloed.
Bij de aarsstreek is het roodbruine te vinden bij deze vogels. Rond het oogje is een klein geel randje te vinden. Het oogje zelf, snaveltje, pootjes en nageltjes zijn zwart.
Het staartmeesje is in bijna geheel Europa te vinden en in grote delen van Azië. In de natuur kunnen twee broedsels per seizoen groot worden gebracht. Een nest bevat gemiddeld 8 eitjes welke in een tijdsbestek van zo’n twee weken worden uitgebroed en deze jongen vliegen na een dag of 15 uit het nest. De jongen worden nog een geruime tijd door hun ouders verzorgd. Ze hebben bij het uitvliegen bijna hetzelfde verenkleed als hun ouders, met het verschil dat ze matter en bruiner van kleur zijn.
De Kweek:Mezen hebben een grote aantrekkingskracht op mij en na de succesvolle kweek van o.a. de pimpel, kool en zwarte mees was het nu de beurt aan de staartmees. De staartmezen werden apart in een vlucht gedaan welke was beplant met twee kunstkerstbomen van ongeveer 1,80 meter hoog. Natuurlijke beplanting was niet aanwezig in deze vlucht omdat dit gewoonweg niet wilde groeien. Wat ik wel deed was als er snoeiafval van struiken of onkruiden waren dan hing ik dit op in de vlucht als een bos en hier pikte de mezen dan allerlei ongedierte uit. Als het bladluis in de planten zat dan werd dit volop gegeten en hiervoor lieten de mezen hun basisvoer wat bestond uit buffalo en meelwormen, bevroren miereneitjes en pinky’s wat door het eivoer gegeven werd staan. Verschil tussen man en pop is mijns inziens niet te zien en ik heb hier voor de zekerheid maar DNA analyse laten toepassen en hieruit bleek dat ik inderdaad een koppel had. De mezen begonnen actiever te worden in hun doen en laten en lieten hun contact roep qua volume en lengte horen. Inmiddels was het al weer 14 maart geworden en ik zag de pop met mos vliegen wat ik gekocht had bij een tuincentrum. Dit mos heb ik eerst gedeeltelijk laten drogen en toen beide aangeboden aan de vogels. Van beide werd gretig gebruik gemaakt door de vogels. Het nest werd gebouwd tegen de stam van de kunstkerstboom, en op deze plek had ik al een bolvormige kom gebogen van de kunststof takken. Het nest wat ze hierin bouwde werd een heel flexibel bouwwerkje, wat je in wezen plat kon duwen en dan veerde het eigenlijk weer terug in zijn oorspronkelijke vorm. In documentatie is te lezen dat ze spinrag gebruiken om het geheel bij elkaar te houden. Dit spinrag verstrekte ik aan een gevorkt takje wat ik dan in de bos met snoeiafval stak. Dit spinrag verzamelde ik dan bij kennissen en vrienden in schuren en kelders. Omdat er in maart buiten nauwelijks spinrag te vinden is. Het rag werd als het ware gebruikt als lijm want de mezen maakte er een bolletje van en staken dit vervolgens tussen het mos en spinde het dan over het mos heen. Mij was ook bekent dat de binnenbekleding van het nest gemaakt werd van zacht wit pluis en/of veren. Kwam de vraag natuurlijk, hoe kom ik aan witte veren. Kip plukken was hier natuurlijk geen optie dus dacht ik aan mijn donzen hoofdkussen, want daar zitten natuurlijk witte eenden en ganzenveren in. Na navraag te hebben gedaan bleek dit geen optie daar de veren uit de kussens naar alle waarschijnlijkheid worden bespoten om de veren schoon te maken en vrij van ongedierte. Dit zou dan weer een gevaar kunnen zijn voor eventuele eitjes of jongen. Ik besloot om zeer fijn wit geitenhaar en wol te geven van het merk Sisal Fibre en dan de “pelo animale fur” verpakking. Dit werd geaccepteerd en verwerkt. Wat ik ook nog had gegeven was twee witte pampagras pluimen, maar die werden niet gebruikt. In een tijdbestek van zo’n 3 weken werd het nest afgemaakt. Echter tot het eerste jong zou uitkomen heeft de man nog aan het nest gewerkt. Op 4 april het eerste ei gezien, hiervoor had ik een tandarts spiegeltje en een lampje gebruikt. De vogels accepteerden de verstoring, maar ze maakte hierna wel het invlieggat nog iets kleiner dan dit al was. Ik besloot om maar niet meer te kijken en dit heeft zeker meegeholpen om dit kweekresultaat tot stand te brengen. Op 2 mei het eerste jong geboren? Ik zag de man of pop met een eischaaltje vliegen en deze begon het op te eten. Ik kan mezelf niet bedwingen en ik keek weer met het spiegeltje in het nest, wat overigens niet zo makkelijk was omdat het nest zo flexibel en klein was. Ik zag een minuscuul hoopje leven liggen, wat was dat klein. Ik had gelijk geprobeerd om de eitjes te tellen en ik kwam tot 8 eitjes welke op een hoopje lagen. Op 7 mei geprobeerd het grootste jong te ringen met de wettelijke maat van 2,3mm maar deze was aan de grote kant. Ik heb de ring om de poot geschoven en ik hoopte er het beste van. Het geklooi van het ringen had het nest geen goed gedaan en het invlieggat was weer erg groot geworden. De volgende keer ging ik het via een andere weg proberen want dit kon niet goed blijven gaan. De andere jongen, het waren er in totaal 5, werden allemaal op de zevende dag geringd en dit ging goed. De pootjes van de jongen waren lichter van kleur als die van de ouders en zodoende had ik de ringen ook nu voorzien van een ventielslangetje wat ik iets donkerder maakte met behulp van een viltstift. Op 16 mei was het eerste jong uit het nest en in een tijdsbestek van 48 uur waren alle jongen uit het nest. Meteen gekeken naar de ringen en deze zaten er nog allemaal keurig om. De man en de pop waren druk met de jongen en deze werden af en aan gevoerd met weide plankton, miereneitjes, buffalo wormen, pinky’s en bladluis. Tevens werd er wel wat eivoer gegeven maar dit was zeer minimaal. Aan een tweede ronde werd niet begonnen, en zo resulteerde deze kweek in 5 echte eigen kweek wettelijk goed geringde en natuurbroed jongen. Inmiddels had ik bij een kweker nog 7 staartmezen opgehaald zodat ik voor een eventuele koper onverwante koppels kon aanbieden. Deze kweek ging gepaard met veel angst om het nest te verstoren en angstzweet om de jongen uit het nest te krijgen om ze vervolgens te ringen. De voldoening is zeer groot en ik kijk met veel plezier terug op deze kweek.
Het was niet gemakkelijk om aan een koppeltje echte eigen kweek te komen, maar van een kweker die vanwege gezondheids problemen moest stoppen bekwam ik een koppel staartmezen tezamen met winterkoningen, kleine karekiet en nog wat soorten. Met de winterkoning, heggenmus en de kleine karekiet gelukte de kweek ook, maar hierover wil ik u later berichten in de vorm van een kweekverslag.
Tekst Arie Bakker Dordrecht