November 2007

Zwartkop Sylvia atricapilla
Korte inleiding:
De Zwartkop is een vogeltje met de grote van ongeveer 14 cm. De man heeft bij deze soort een zwarte kap en niets zoals de Nederlandse benaming zegt een zwarte kop. De man vertoond naast het bruinachtige vleugeldek blauw/grijze veer velden. De pop echter is volledig in verschillende tinten bruin van kleur. De pootkleur is bij beide vogels zwart.
De mannetjes kunnen vooral in de broedtijd mooie zang laten horen. Het verspreidingsgebied is groot en beslaat bijna geheel Europa, delen van Afrika en Azië. Het nest wat ze bouwen is klein en kan op diverse plaatsen worden aangetroffen. Het trechtervormige nest wordt gebouwd in kreupelhout of lage begroeiing en wordt gemaakt van grasstengels, bladeren en andere plantendelen. De binnenkant wordt afgewerkt met zachte materialen zoals plantenpluis. Het vrouwtje legt gemiddeld 4 eitjes in een nest. De eitjes variëren van kleur, soms witachtig en dan weer groenachtig met bruinachtige vlekjes. Door beide ouders worden de eieren in ongeveer 13 dagen uitgebroed. De jongen zijn ligt roze van kleur en bedekt met grijze dons welke donkerder wordt naarmate de jongen ouder worden. Na zo’n twee weken vliegen de jongen uit en zijn dan gelijk van kleur zoals de pop is. De jonge mannen zijn iets donkerder bruin dan de jonge poppen.
De kweek:
De vogels worden na aankoop apart van elkaar gehuisvest. Inmiddels was het al december geworden en ik had de vogels uit voorzorg binnen gehuisvest in kooien van ongeveer 80 cm breed x 40 cm hoog x 50 cm diep. De winter brachten ze zodoende door bij een temperatuur van ongeveer 5 graden. Als voer kregen de vogels: eivoer, buffalo wormen, meel wormen en diepvries pinky’s. Eens in de zoveel tijd werd er door het water druppeltjes multivitaminen gedaan. Begin mei bracht ik de vogels naar buiten en koppelde ze direct aan elkaar. Er werd wel gevochten maar na een observatie van ongeveer 2,5 uur besloot ik dat het wel goed zou komen tussen de twee vogels. Na twee dagen waren de schermutselingen over. Op 15 mei vond ik in een halfdode conifeer welke ik wilde verwijderen een nest van geheel kokosvezel aan. Op 18 mei trof ik het eerste ei aan welke vaal wit van kleur was met enkele vlekjes op de stompe kant. Op 22 mei zag ik de man vast op het nest zitten, toen deze wegvloog, kon ik 5 eitjes constateren. Op 4 juni s’ ochtends werd het eerste jong geboren en ’s avonds het 5e en laatste jong. Op 9 juni kon ik de jongen nog maar net ringen en met een 2,5 mm ring welke was voorzien van een ventielslangetje. Op 10 juni vond ik 1 jong dood in de waterbak. De overige 4 jongen vlogen op 19 juni uit en werden toen alleen nog door de man gevoerd. Op 24 juni begon ronde twee met het eerste ei in het oude nest. Deze tweede ronde verliep iets anders dan ronde 1 want er werden nu maar 4 eitjes gelegd waarvan er maar twee uitkwamen en uiteindelijk heeft 1 jong deze ronde overleefd. De reden hiervoor moet ik u verschuldigd blijven want deze weet ik gewoonweg niet. De omstandigheden waren gelijk als in ronde 1. Wat het kon zijn is dat de ouders al weg wilde trekken want dit trekgedrag lieten ze al zien toen de jongen van ronde 1 op uitvliegen stonden. Was de tweede ronde gewoon door de ouders te laat gestart?
Ik wil u nog schrijven dat in de broedperiode het voer werd aangevuld met veel weide plankton zoals: bladluis, spinnetjes, vliegen, muggen en wat er nog verder allemaal in de velden en struiken huist. Al met al weer een geslaagde kweek met als resultaat 5 prachtige natuurbroed en goedgeringde eigen kweek jongen van de Zwartkop welke bij mij eigenlijk een zeer onopvallende vogel was, maar tijdens de broed een vogel was die mij vele uurtjes heeft laten genieten van zijn zang. Op naar de volgende uitdaging!
TEKST: Arie Bakker Dordrecht
FOTO”S: Jan de Nijs/Piet Onderdelinden

Jonge Zwartkop Net uitgevlogen Zwartkop
November 2006
De Roodkeelnachtegaal ( luscinia calliope)

Roodkeelnachtegaal Man Roodkeelnachtegaal Pop
Inleiding:
Het verspreidingsgebied van de roodkeelnachtegaal beslaat een gedeelte van Siberië, de Oeral en een groot gedeelte van Japan. De habitat van de roodkeelnachtegaal bestaat uit naaldwouden en open bossen met erg veel onderbegroeiing. Het nest wat gebouwd wordt ligt hoofdzakelijk in een dichte graspol op de grond of net even boven de grond in een struikje. Het nest wordt gemaakt van lange grashalmen, wat plantenwortels en dierlijk haar. Er worden gemiddeld zo’n zes blauwgroene eitjes gelegd. De eieren zijn soms gestippeld met bruin/ rode vlekjes aan de stompe kant. De eitjes worden in ongeveer twee weken uitgebroed. Het vrouwtje heeft een witachtige keel, en heeft een warm bruin verenkleed. Bij het oog zijn twee witte strepen te vinden. De man is gelijk aan de pop, met als enige verschil een mooie dieprode keel.
De vogels bij mij thuis:
Het duurde even voor ik de vogels eindelijk in mijn bezit had, maar je moet soms een lange adem en veel geduld hebben. Toen ik de vogels op kon halen was het al koud en guur weer en de winter zou niet veel later daadwerkelijk invallen met enkele graden nachtvorst.
De vogels werden direct binnen apart van elkaar opgekooid maar wel recht tegenover elkaar en dus in elkaars gezichtsveld.
Tijdens de vele uurtjes van observeren kon ik eigenlijk geen enkele wanklank of wangedrag van beide vogels vinden. De tijd was daar om ze naar buiten te verplaatsen het was tenslotte alweer half april geworden.
De vogels had ik tegelijkertijd los in de kweekvlucht gelaten, en ik heb ze nooit tot aan het schrijven van dit kweekverslag toe zien vechten of iets dergelijks. Ik weet niet of dat dit een uitzondering is. Want als je de orde van de familie bekijkt waartoe ze behoren is het geen normaal gedrag, want de andere leden van de familie zijn allemaal van die vechtjassen.
Op vijftien mei kon ik eindelijk genieten van de zang van de man, want voorheen was dit maar zeer zachtjes te horen en nu was dit uit volle borst.
Op eenentwintig mei zingt de man nog feller en meer dan voorheen. Op vijfentwintig mei ontdek ik bij het schoonmaken van de vlucht een bijna kompleet afgewerkt nest hoog in de volière in een traliekastje, waar ik het eigenlijk niet verwacht had want in de regel ligt het nest op de grond verscholen in het riet of graspol.
Op achtentwintig mei constateer ik het eerste ei. Op vijf juni zie ik dat er drie zeer mooie blauw groene eieren in het van grashalmen gemaakte nest liggen.
Op dertien juni waren er rond 14.00 uur twee jongen geboren. Ik denk dat de ouder vogels de laatste controle niet konden verkroppen, want op zestien juni vind ik het nest leeg.
Op vijfentwintig juni ronde twee. In het oude nest liggen nu vier eieren, ik wist dat er eieren lagen maar ik besloot om de boel zo min mogelijk te verstoren, want ik zag dat de vogels erg nerveus op mij reageerden. Op vijf juli zie ik eierdoppen liggen in de waterbak en dus waren er jongen. Op tien juli is de ringdatum, in het nest liggen vier jongen waarvan ik er twee ringde met 2.7mm ring welke was voorzien van een ventielslangetje. Op elf juli ringde ik op dezelfde wijze de andere twee jongen. Ik zelf vind wel dat voor de roodkelen best een maatje groter kan worden gebruikt, want dan kun je iets later ringen wat de jongen meer zekerheid geeft dat ze daadwerkelijk groot worden. Maar wettelijk is 2.7mm voorgeschreven.
Man en pop voerden fantastisch de jongen en deze groeide dan ook als kool. De jongen zijn gelijk van kleur als de blauwborsten, maar over het geheel genomen zijn ze net iets groter. De kleur van de jongen als de veren uit zijn is bruin met vale vlekken of stippen. Op een leeftijd van vijftien dagen vlogen de jongen uit, het was eigenlijk meer eruit vallen en dan maar weer proberen omhoog te komen. Niet veel later op de dag was alles weer rustig en zaten alle jongen weer in de onderbegroeiing van de volière.
Op vierentwintig juli zit de man niet lekker, en deze valt na nog eens een dag of twee later in de rui. De pop echter blijft het fantastisch doen en zo komen er vier prachtige roodkeeltjes op stok. Ik kan u niet precies zeggen wat de leeftijd is dat ze zelfstandig moeten zijn, want ik heb de jongen bij de pop gelaten totdat het te slecht en koud weer werd. Wel had ik de man direct in de volière ernaast geplaatst zodat het contact tussen man en pop bleef bestaan.
Ik denk dat de jongen op een leeftijd van vierendertig dagen wel zelfstandig zouden moeten zijn.
Het voer:
Wat ik de vogels voer is eigenlijk het gehele jaar door hetzelfde, maar in de broedtijd geef ik alles in overvloed.
Het voer bestaat uit pinky’s, buffalo en meelwormen, wasmotten, sprinkhanen en krekels en veel weideplankton. Deze werden uiteraard ook weer bepoederd met aves insectenstrooi poeder en wat spirulina. In het water deed ik drie keer per jaar een week lang multivitamine. Ik heb bij deze vogels geprobeerd om ze op eivoer te zetten maar dit hebben ze echter nooit gegeten.
Tekst: Arie Bakker te Dordrecht
Foto’s: Jan de Nijs en Piet Onderdelinden
Ei Roodkeelnachtegaal Nest Roodkeelnachtegaal
Ong.7 dagen oud jong Roodkeelnachtegaal