
2009 : Kweek met pagodespreeuw - Sturnus pagodarum
Na een aantal jaren met zaadeters te hebben gekweekt heb ik toch weer besloten om spreeuwen te gaan houden. Een aantal jaren geleden heb ik ook verschillende koppels gehad en het blijft toch mijn interesse houden.
Vorig jaar augustus heb ik een koppel Europese spreeuwen aangeschaft.
In september een jong koppel pagode spreeuwen bij een grote kweker in Belgie.
De vogels waren gesext en van 2008. Nog niet geheel op kleur. De vogels werden samen met de Europese spreeuwen in een buitenvolière gezet van 2x4 meter. Er is een binnenhok aanwezig van 1x1x1mtr maar de vogels gaan nooit naar binnen.
De spreeuwen zijn zo lekker doorgeruid en hadden goed de ruimte.
In oktober heb ik mijn volière een andere opstelling gegeven. Ik heb een aluminium volière en met een beetje puzzelen en wat nieuwe panelen kon ik een andere opstelling maken.
De volière is nu 3x3 mtr en door het weghalen of plaatsen van panelen kunnen er nu 3 vluchten van 1x3 mtr van gemaakt worden. Er is geen binnenhok meer.
Voor de kweek zijn dit naar mijn mening goede maten voor spreeuwen.
De pagode spreeuwen werden begin maart in hun vlucht gezet. De man was al aardig aan het fluiten. De vogels zijn dan in prima conditie. Eind maart heb ik er een berkenblok in gehangen. De vogels hadden veel interesse in het blok maar echt een nest gebouwd werd er niet. Het leek wel of ze een nest wilde maken maar dat ze het blok niet goed genoeg vonden.
Ik heb er een zeshoekig blok bij gehangen die je in de vogelspeciaal zaken regelmatig ziet. De afmetingen waren wat groter deze keer. De vogels hadden meteen veel interesse in het blok en er werd begonnen met de nestbouw. Eigenlijk had ik niet verwacht dat de vogels al wat zouden doen omdat ze net krap een jaar oud zijn. Maar blijkbaar is deze soort dan oud genoeg. In de winter voer ik de vogels Orlux universeelvoer en Orlux vruchten pate. Tevens krijgen ze Nutribird Uni Complet korrels van Versela-Laga. De vogels eten deze zeer goed.
In april mix ik door het universeelvoer insecten pate zodat de eiwitten wat opgevoerd worden. Tevens wen ik de vogels aan diepvries produkten zoals pinkies, wasmotten, krekels. Levende buffalow- en meelwormen worden ook wat gegeven.
Achteraf gezien is dit een beetje te veel van het goede geweest voor de man. Aangezien de eerste eieren meteen door de man uit het nest werden gegooid. Hij was een beetje te goed in conditie. Dit was begin mei. Aangezien er al 4 eieren zo verloren gegaan waren heb ik de man erbij gelaten. Na een week merkte ik dat de pop weer wat meer in het blok zat. Er bleken 3 eieren in het blok te liggen. Dit werden er in totaal 4.
De man liet de eieren verder met rust. Een paar dagen voor het uitkomen van de eieren werd de man weer erg onrustig en stoorde de pop regelmatig. Ik was al bang dat de eieren te lang alleen werden gelaten. Op vrijdag 22 mei vond ik bij thuiskomst van mijn werk 2 jonge vogels op de grond van de volière. De jongen leefde nog. Ik heb ze in mijn hand gehouden en met de adem wat warm geblazen. Toen ze weer wat tot leven waren gekomen heb ik ze weer terug in het blok gelegd bij de overgebleven eieren. De man heb ik meteen uitgevangen en in een grote TT kooi in de vlucht gehangen. Het beviel hem niet zo goed maar ja het moest maar. Gelukkig ging de pop weer op het nest en begon ook meteen met voeren.
Dat was een hele opluchting.
2 dagen later heb ik nestcontrole uitgevoerd en vond daar 4 jongen die er goed uit zagen.
Als voer kregen de vogels weer zoals hierboven genoemd. Er werden echter geen bruine meelwormen gegeven. Alleen witte.
De buffalow wormen werden een dag voordat ze gevoerd werden in een apart bakje gedaan met Aves meelwormen voer. Zodat ze voldoende voedingswaarde hadden. Tevens werd al het voer nog eens bepoederd met Calsicare 40+ van Witte Molen.
De jongen groeide prima en na 6 dagen dacht ik ze te gaan ringen. Maar toen ik ze beetpakte zag ik meteen dat ik te laat was. De poten waren al te groot. Helaas heb ik maar 1 jong kunnen ringen. Maar goed beter ongeringde jongen dan geen jongen. En weer geleerd om het beter in de gaten te houden. De jongen groeide verder voorspoedig en de pop deed prima haar best. Terwijl de man alleen maar kon toekijken en zijn liedje zong.
Op 10 juni – dus een kleine 3 weken na uitkomst – is het eerste jong uit het nest, een dag later gevolgd door de overige drie. De jongen zien er prima uit en zijn al redelijk behendig met vliegen.
Bij het voeren van de man in de TT kooi ontsnapt deze een paar dagen later uit deze kooi.
Gelukkig hangt de TT kooi in de kweekvlucht. Maar wat gaat de man doen.
Om nou de boel niet helemaal op te schrikken heb ik hem maar laten zitten en goed in de gaten gehouden wat er gebeurde.
De pop houdt hem vanaf het begin goed in de gaten en houdt hem goed uit de buurt van de jongen.
Ik heb het broedblok i.v.m. de naderende vakantie uit de volière gehaald. Tevens vond ik dat de pop wel wat rust gebruiken kon.
Op 3 juli heb ik de jongen apart gezet in een vlucht. Ze kunnen nu goed uitruien.
Na DNA seksen blijken het 3 mannen en een pop te zijn.
Nu eind augustus zijn de vogels goed in de rui en komen al aardig op kleur.
Een hele leuke en vrolijke vogel om in de volière te hebben.
Arie Boon
Oktober 2007 : Kleine karekiet/Acrocephales scirpaceus kweekverslag
Inleiding:
Het verspreidingsgebied van deze vogels beslaat geheel Europa en dan voornamelijk de gebieden waar water en rietvelden te vinden zijn, dit uitgezonderd van het hoge noorden van Europa.
Delen van Azië en Afrika behoren ook tot zijn verspreidingsgebied, deze gebieden zijn dan voornamelijk de overwinteringgebieden van de vogels. Het is dus een trekvogel die in april ongeveer weer in onze rietkragen te vinden zijn. De mannetjes arriveren ongeveer 2 weken eerder dan de poppen, deze twee weken hebben de mannen nodig om hun territorium te bemachtigen .Als ze hun territorium vast hebben gesteld dan beginnen de mannen de poppen te lokken met hun gezang om zo te kunnen paren en vervolgens hun broedsels samen groot te krijgen. Diverse plantaardige materialen worden in hun nest verwerkt welke goed verscholen ligt in het riet. Gemiddeld worden er zo´n 4 eitjes gelegd en deze worden dan in zo´n 12 a 14 dagen uitgebroed. De jongen vliegen vervolgens na ongeveer 14 dagen uit.
Als de omstandigheden goed zijn dan begint de pop al met de tweede ronde terwijl de man de verzorging van de jongen op zich neemt. De kleuren van de jongen zijn gelijk aan de kleuren van de oudervogels. De kleuren van de vogels zijn hoofdzakelijk in verschillende tinten bruin met daarbij een vaalwitte buikstreek, de poten zijn donkergrijs te noemen. De zang die vooral de man ten gehore brengt is eentonig en deze wordt in serie herhaald. Bij het zingen hangt hij graag in de top van een rietstengel. Het is dus een rietvogel met als bijkomend feit dat ze snelgroeiende nagels hebben gelijk als b.v exotische rietvogels (lonchura).
De kweek:
De vogels had ik in december overgenomen van een man die wegens gezondheidsproblemen geheel moest stoppen met zijn vogel hobby. Het kleurverschil tussen man en pop is niet zo gemakkelijk te zien, er zijn wel wat kleur verschillen, dat wil zeggen dat het bruin op het rugdek van de man donkerder is alsook het bruine kapje op de kop dan bij het popje. Dit alles kon ik pas constateren nadat de zekerheid van d.n.a-analyse binnenwas en hieruit bleek inderdaad dat ik een koppel had.
De pop had ik gelijk voorzien van een geel knijpringetje en zodoende kon ik beide vogels beter observeren. De zang van de man was in de broedtijd duidelijk anders dan de roep van de pop maar dat kon ik op het moment dat ik de vogels in bezit kreeg nog niet weten. Beide vogels waren correct geringd en de verkoper had mij ook verteld dat het wel hand opfok vogels waren, dit is voor mij op zich geen probleem al pas ik dit zelf nooit toe op de door mij gekweekte jongen, dit puur uit principe. Op zondag 10 april had ik de vogels tegelijk in hun aangepaste kweekbox geplaatst welke de afmetingen bezit van 2.3m diep x1.25m breed x 2m hoog. De bodem van deze kweekbox had ik ingepakt met vijverfolie en op deze manier kon ik een biotoop van water, riet, gele lis en andere waterplanten creëren. Het water werd uit de sloot gehaald zodat dit gelijk leven bezat.
De rede hiervoor is dat dit weer ten goede kwam aan de vogels want met regelmaat vielen er gedeeltes droog en als dit gebeurde zag je de vogels in de smurrie
wroeten en allerlei beestjes opnemen. Eigenlijk alles wat liep, kroop, vloog werd verorberd door de vogels. Het aangeboden voer bestond uit: Buffalo en meelwormen welke bepoederd werden met aves - insekten strooipoeder. Op 16 mei hadden de vogels hun kunstig in het riet opgehangen nest gemaakt wat hoofdzakelijk bestond uit vooraf door mij gedroogde grasstengels en plantenwortels, ook werd gebruik gemaakt van de door mij aangeboden pampagras pluimen. De rand van het nest krulde als het ware naar binnen, ik denk dat dit een veiligheidsmaatregel is zodat de eitjes of jongen er niet uitvallen bij harde wind of regen. Op 21 mei was het eerste ei gelegd welke lichtgroen van kleur was met daarop vlekjes die blauwachtig/grijs waren. In totaal werden er 4 eitjes gelegd en die kwamen tegelijk uit op 4 juni, dus in zo´n 12 dagen zijn de eitjes bebroed.
Op een leeftijd van 4 dagen kon ik de jongen met zeer veel moeite ringen met de 2,5 mm wettelijk voorgeschreven ringmaat. De poten op deze leeftijd zijn nog vrij dik en rubberachtig, maar als ze ouder worden dan verbenen de poten en slinken dan, en dan is de ringmaat goed te noemen. Wat opviel was, de gele kleur van de binnenkant van de snavel en in dit geel waren twee zwarte vlekken te vinden bij de jongen. Met een dag of 12 waren de jongen uit het nest en zaten met zijn allen op een rijtje in het riet. Zowel de man als de pop verzorgde de jongen uitstekend! De tweede ronde die volgde verliep anders dan in ronde 1. De jonge vogels van ronde 1 had ik uit voorzorg uitgevangen op de dag van het uitkomen van de eitjes van ronde twee. Weer werden er 4 eitjes gelegd, maar hieruit kwamen uiteindelijk 2 jongen tot volledig wasdom. Op deze manier bekwam ik van dit koppel kleine karekiet, 6 jongen, honderd procent natuurbroed en wettelijk goed geringd. Bij deze geslaagde kweek was veel gevangen natuurlijk voedsel nodig, in de vorm van vliegjes, mugjes etc.
Bij de dierenzaak kocht ik ook muggenlarve en deze gaf ik dan in een heel dun laagje water in een hele grote bak. De muggenlarven werden hoofdzakelijk de eerste 5 dagen gevoerd aan de jongen.
TEKST: Arie Bakker te Dordrecht
FOTO’S: Jan de Nijs/Piet Onderdelinden


Eitjes kleine Karekiet

Nest
 |
 |
| Pas geringd Jong | Net uit gevlogen |
2006 : Europese Roodborst (erithacus rubecula)
Inleiding:
De roodborst heeft zoals zijn naam al doet vermoeden een rode borst. Het rood is echter tot zelfs boven de snavel te vinden.
Het grote zwarte ronde oog geeft aan dat we te maken hebben met een jager die insecten vangt in de onderbegroeiing en op de donkerste plekjes. Ook vangt hij veel in de vroege ochtend en in de late schemering.
Man en pop zijn op het eerste gezicht hetzelfde, maar soms zijn er minieme verschillen te zien en dan vooral in de intensiteit van het roodbezit. Het rugdek is bruin, de nek en de kop hebben een wat blauw/ grijze gloed. Poten zijn donker bruin tot zwart.
Omdat de roodborst bij uitstek een bodembewoner is staat hij hoog op de poten.
Nest in de natuur wordt van graswortels, bladeren en wat mos gemaakt. Daarin worden zo'n vier tot zes eieren gelegd, welke een bruinachtige kleur hebben. De eieren worden zo'n twaalf tot veertien dagen bebroed, en de jongen vliegen, lopen, klimmen uit het nest als ze zo’n veertien dagen oud zijn.
De jongen zijn bruin met vlekken, spikkels en dit over het gehele verenkleed.
De vogels nemen in het broedseizoen enkel insecten tot zich, en als het kouder wordt schakelen ze ook over op bessen en dergelijke.
De roodborst is wijd verspreide vogel en zijn gebied beslaat bijna geheel Europa, klein stukje van Afrika en Rusland. De noordelijke roodborst is een trekvogel, en de zuidelijke een gedeeltelijke standvogel. De zang is aangenaam en tot laat in de schemering te horen.
De kweek:
Sinds ze in mijn bezit zijn gekomen hebben ze altijd gescheiden van elkaar gezeten, maar konden elkaar wel zien.
In de wintermaanden hebben ze veel gedreigd en soms ook door het gaas heen elkaar bevochten. En dat ging er dan vrij heftig aan toe, zo begonnen ze eerst met een dreighouding aan te nemen op de grond en vlogen vervolgens al vechtend naar boven tot aan het dak, vielen op de grond en dan begon het gevecht weer van voor af aan.
Het is maar goed dat er gaas tussen zat, want anders denk ik niet dat ze heel uit de strijd waren gekomen. Het is dat ik weet dat het man en pop zijn, doormiddel van DNA analyse, anders zou je gaan denken dat het twee mannen dan wel twee poppen waren geweest.
Op twintig maart is de pop bij de man in zijn territorium (lees volière) gezet. De pop zat wel in een klein kooitje zodat ze eerst weer aan elkaar konden wennen. Op vier april zijn de vogels aan elkaar gekoppeld wat eigenlijk geruisloos verliep. Zo geruisloos zelfs dat ik een paar dagen later in de kooi ben gestapt om te kijken of dat ze nog wel leefden, want ze waren kompleet onzichtbaar geworden. Op vijftien april zijn de eerste tekenen van balts en nestelgedrag waargenomen. Op zeventien april zijn de roodborsten aan het nestelen in een grote traliekast hoog in de volière. Als nestmateriaal werd kokosvezel en wat mos gebruikt. Op achttien april was het nest klaar, en op negentien april werd het eerste ei gelegd. De eieren werden door mij geraapt en bij het vierde ei heb ik de eieren teruggeplaatst. De pop is ook vanaf deze dag direct gaan broeden.
Op drie mei nestcontrole uitgevoerd, wat heel makkelijk gaat, en toen bleek dat er in totaal zes eieren waren gelegd. Op negen mei alle eieren eruit gehaald want er was er niet een van bezet. Op vijftien mei zijn de vogels het oude nest wat aan het opknappen. Op zestien mei het eerste ei, en meteen het ei geraapt en vervangen door een kunstei. Op eenentwintig mei was het zesde ei gelegd en ik heb toen de geraapte eieren erbij gelegd. Op drie juni is het eerste jong geboren rond 21.00 uur. Op vier juni ’s ochtends gecontroleerd en toen bleek dat alle eieren waren uitgekomen. Op een leeftijd van vijf dagen zijn alle jongen geringd met een wettelijke ring van 2.5 mm, wat eigenlijk nog gemakkelijk ging. De ringen waren voorzien van een ventielslangetje. Bij het ringen viel op dat er een achterblijvertje tussen zat en dit jong zou een paar dagen later dan ook dood op de grond aangetroffen worden. Op zestien juni alle jongen uit het nest en gaan eigenlijk volledig op in hun omgeving.
Op een leeftijd van ongeveer dertig dagen achtte ik de jongen zelfstandig en heb ik ze van de ouders gescheiden. Het kweekkoppel ging ook meteen uit de buitenvolière en werd binnen geplaatst in een broedkooi van ongeveer 100 cm breed, 60 cm hoog en 50 cm diep, waarin ze niet veel later aan de derde ronde begonnen en deze ronde ook tot een goed eind hebben gebracht.
In totaal zijn er negen jongen op stok gekomen dit kweekseizoen.
Het roulatie systeem pas ik op veel vogelsoorten toe en over het algemeen lukt dit vrijwel altijd en zo verkrijg ik dan honderd procent natuurbroed en goed geringde jongen uit zowel de buitenvolière als uit de broedkooi.
Wat bij dit koppel erg opviel is dat ze buiten het broedseizoen agressief waren naar elkaar maar ook zeker naar andere vogels. En in het broedseizoen ze totaal niet agressief of opvallend gedrag vertoonde. De man floot in de buitenvolière volop en binnen in de broedkooi niet (toch niet helemaal in zijn element??).
Voeding:
De voeding bestaat uit kleine hoeveelheden meelwormen, buffalowormen, pinkies, eivoer, zaden, broodkruimels enz. buiten het broedseizoen.
In het broedseizoen bestond dit uit volledig dierlijk voedsel te weten buffalo, en meelwormen, weideplankton, krekels of sprinkhanen. Er werd ook steeds eivoer aangeboden, maar daaruit werden dan alleen de pinkies gehaald.
De insecten werden bestrooid met wat spirulina en wat Aves insektenstrooi poeder.
Nawoord:
Over het algemeen genomen vind ik dat insectenetende vogels niet per definitie moeilijk zijn te kweken, zowel in de buitenvolière als in de broedkooi. Wel dient men over voldoende ruimte te beschikken omdat vele soorten apart van elkaar gehouden moeten worden en dan ook nog eens dat de man en de pop van eenzelfde soort buiten het broedseizoen van elkaar gescheiden gehouden moeten worden. Ik acht niet alle wijsheid in pacht te hebben, maar dat er nu al vele verschillende soorten bij mij het levenslicht hebben gezien, zegt dat het systeem van buiten en binnen broeden dus weldegelijk vruchten afwerpt. En bedenk ook dat er vele wegen naar Rome leiden.
Tekst: Arie Bakker
Foto's: Jan de Nijs en Piet Onderdelinden

Roodborst Pop
 |
 |
| Geringde jongen | Uitgevlogen jong |