Terug

Kweekverslagen september
2010: Kweek met de purper glansspreeuw - Lamprotornis purpureus purpureus
Kweekverslag van de koolmees (Parus Major)
De Witgesterde blauwborst (Luscinia svecica cyanecula)





september 2010 : Kweek met de purper glansspreeuw - Lamprotornis purpureus purpureus


Een beschrijving van deze schitterende vogels hoef ik denk ik niet te geven. De bijgevoegde foto’s zeggen genoeg.
Een glansspreeuw met prachtige goudgele ogen en glanzende purperblauwe bevedering. De lengte bedraagt 26 cm. Van oorsprong komen deze vogels uit Senegal, Kameroen, Oeganda en Kenia.
Ik heb de vogels in oktober 2009 aangeschaft bij een grote spreeuwen kweker in België. De pop is van 2007 en de man van 2009.
Verschil tussen man en pop is er nagenoeg niet. De man heeft bij mij een iets plattere kop en is iets groter.

jonge purperglansspreeuw bij jonge pagode spreeuwen

De vogels werden gehuisvest in een voliëre van 3x3x2mtr. Samen met een koppel pagode spreeuwen en een koppel Europese spreeuwen. De vogels zijn de winter goed doorgekomen. Ze hebben geen beschikking over een binnenhok. En ondanks de lange strenge winter zijn de vogels constant in prima conditie geweest. Tijdens de winter voer ik de vogels Orlux premium universeelvoer en Orlux vruchten pate. Tevens krijgen ze Nutribird Uni Complet korrels van Versela-Laga. Deze korrels worden zeer goed gegeten.
In maart heb ik de voliëre in 3 vluchten verdeeld van 3x1x2mtr. De vogels werden in de middelste vlucht gezet. Begin april heb ik een broedblok in de vlucht gehangen. Gewoon een zeshoekig broedblok gemaakt van muliplex die je veel ziet bij de vogelhandel.
Terwijl de pagode spreeuwen reeds vol aan het nestelen waren toonde de purperglans spreeuwen niet veel interesse in het blok. Maar de man was dan ook nog geen jaar oud. Er werd wel wat het blok ingegaan maar van echte nestbouw was nog geen sprake. Zo nu en dan werd er wat nestmateriaal ingebracht maar haast hadden ze zeker niet. Ze zijn zeker 4 weken bezig geweest met het nest. Het nest materiaal bestond uit hooi, kokos vezels, verschillend wit nestmateriaal (wat je zo in de winkel koopt). Ook vers geplukt lang gras werd voor het nest gebruikt.
Op 18 mei het eerste ei. Mooi blauw met hier en daar een bruin vlekje erop. Op de plek waar het ei was gelegd lag helemaal geen nestmateriaal. Ik heb er toen maar wat mos onder gelegd in de hoop dat het ei niet zou beschadigen door de harde ondergrond. De volgende dag werd het tweede ei gelegd. Het mos was er al weer uitgegooid door de vogels. Na drie dagen zag ik 1 ei kapot op grond liggen en de volgende dag het andere ei. Wie van de twee vogels het gedaan had heb ik niet kunnen zien. Ik denk de man want die was wat onrustig. Vorig jaar dezelfde ervaring gehad met de pagode spreeuwen. Man gooit de eieren uit het nest. (dit jaar trouwens ook weer – maar dat is een ander kweekverslag). Vorig jaar in het voorseizoen meer eiwitten gegeven in de vorm van levend en diepvries insecten. Dat had ik dit jaar niet gedaan juist om te voorkomen dat de man te broeds zou zijn en de eieren uit het nest ging gooien. Dit heeft dus niet geholpen. Het is wel een beetje een spreeuwen probleem geloof ik.
Eind mei waren er weer drie eieren gelegd die redelijk vast door de pop werden bebroed.
De man was nu rustig en bemoeide zich eigenlijk helemaal niet meer met het nest. Na een week weer een ei op de grond. De overige 2 werden goed door de pop warm gehouden. De man viel een beetje in de rui en daar heb ik de rest van deze ronde geen last meer van gehad. Ik denk dat de man misschien toch nog wat te jong was.
Op 14 juni is het eerste jong uitgekomen en een dag later het tweede jong. De jongen werden goed gevoerd door enkel de pop. Gevoerd werd er voornamelijk met diepvries pinkies en levende buffalo wormen. Tevens werden er witte meelwormen gevoerd.
4 dagen later allebei de jongen geringd met 4.5mm. De jongen groeien best goed door ook al worden ze alleen door de pop gevoerd. Mooi om te zien als de jongen hun eerste mooi blauw glanzende vleugelveren krijgen. Later werden er ook wasmotten gegeven en gewone meelwormen. Maar nog steeds hadden de pinkies en de buffalows de voorkeur. Diepvries krekels werden nagenoeg niet aangeraakt. Begin juli zijn beide jongen uitgevlogen en ze konden al vrij aardig vliegen. De jonge vogels zijn een stuk kleiner dan de ouders. Vleugels glanzend blauw/groen en de kop en borst partij nagenoeg helemaal zwart op een enkel glanzend veertje na. De iris van de ogen is nog geheel zwart.

Jongen 4 dagenJongen 8 dagen
Jongen 11 dagenJongen 14 dagen

De vogels doen het prima en na ongeveer 14 dagen waren ze zelfstandig. Nu dat ik dit schrijf (eind augustus) beginnen de iris al lichtgrijs te worden en dit zal zich de komende maanden gaan ontwikkelen naar felgeel.
Na dit broedsel viel de pop in de rui en werd er geen verdere poging meer ondernomen voor een nieuw nest. Al met al ben ik tevreden met het resultaat. Twee mooie jongen op stok. En dat met een man van amper een jaar oud. Ben benieuwd wat dit koppel volgend jaar gaat doen.
Al met al een schitterende vogel die het beste tot zijn recht komt in een buiten voliëre die goed beplant is.

Arie Boon


Jongen met ouderpaar






Kweekverslag van de koolmees (Parus Major)


ManPop

Inleiding:

Het is niet alleen bij ons een veelvuldige verschijnsel,als men naar het verspreidingsgebied kijkt dan beslaat dit geheel Europa,Azië en delen van Afrika en kunt u concluderen dat de koolmees en al zijn ondersoorten alom aanwezig zijn. De koolmees heeft u allemaal wel eens gezien maar toch wil ik u de kleuren en de vogel op zich even beschrijven.
De koolmees heeft een zwarte kop met witte wangen die beginnen bij de inplant van de snavel. De snavel en het oog zijn zwart. Op de rug is de koolmees groen wat overgaat in blauw/zwarte vleugel en staartpennen. De buitenste staartpennen zijn wit. De vleugelpennen zijn wit omzoomd en laten in vlucht een witte bandstreep zien. Zowel man als pop vertonen een heldergele buikkleur. De man laat op zijn buik een dikke zwarte borststreep zien welke begint aan de onderkant van de snavel en eindigt tot aan de aarsstreek. Bij de pop is ook een borststreep te zien alleen is deze dunner en hij loopt ook niet zo ver door. De pootkleur is van beide vogels blauw/paarsig te noemen.

De koolmees is van nature een open bos vogel die nestelt in verlaten holen en gaten. Zijn nest wordt gemaakt van hoofdzakelijk mos en wat veertjes. De koolmees is in alle opzichten een brutaal en een opportunist en heeft de “beschaving”gevolgd. De koolmees heeft de door de mens gemaakte nestkasten volledig geaccepteerd en maakt hiervan maar al te graag gebruik. De eitjes die in de kasten worden gelegd zijn vaalwit met daarop zeer kleine roodbruine spatjes,een gemiddeld nest bevat ongeveer 12 eitjes. De broedtijd die door beide ouders word gedeeld (echter de pop neemt het leeuwendeel voor haar rekening) bedraagt, afhankelijk hoeveel eitjes er zijn gelegd, ongeveer 14 dagen. Het uitvliegen kan onder invloed van voedselaanbod en weersomstandigheden variëren van 14 tot 21 dagen. De pop begint vaak aan de tweede ronde terwijl de man de uitgevlogen jongen voor zijn rekening neemt en deze nog een tijdje doorvoert. De jongen worden grootgebracht met insecten en naarmate zij ouder worden leren zij net zoals de volwassenen alles te eten wat de natuur of de mens hen aanbied.

Van een Belgische kweker kon ik een wildkleur eigenkweek koppel kopen. Deze kweker had diverse mutatievormen van de koolmees welke naar mijn mening nog doorgekweekt moesten worden om het predikaat mutatie koolmees te kunnen krijgen. Zo had deze man bonte,pastelachtige en bijna witte koolmezen. Echt zuiver wildkleur zal het door mij aangeschafte koppel dus wel niet geweest zijn. Wildkleur is in mijn ogen nog altijd de mooiste kleurvorm van de koolmees. De afspraak was met de verkoper dat als er een afwijkende kleur in een eventueel gekweekt nest zou zitten deze dan voor hem waren.

De kweek

Man en pop waren duidelijk verschillend in hun verschijning dus hier over kon geen twijfel over bestaan.

[Excuses van de pagina beheerder, hier mist een stuk wat vermoedenlijk jaren geleden verloren gegaan is. Ik wacht op bericht of het origineel nog te traceren is]

weken van de tot nu toe alle andere door mij gekweekte meessoorten. De verschijning maakt echter veel goed van deze altijd aanwezige drukke koolmees. Met 6 wettelijk goed geringde, natuurbroed wildkleur jongen koolmezen ben ik weer zeer tevreden en weer wat ervaring rijker.

Deze vogels hebben weer plaats gemaakt voor een mij nieuw te kweken soort. Men vraagt wel eens aan mij wat er met een koppel van een bepaalde soort gebeurd als deze niet over gaan tot nestbouw of jongen niet grootbrengt. Mijn antwoord:deze blijven tot ze succesvol jongen hebben groot gebracht en dan pas gaan de vogels weg. Gaat een bepaald koppel niet weg (verkoop) of ik zie er een uitdaging in om er mee te proberen om ze in de broedkooi te kweken dan blijven ze nog een jaartje maar daarna gaan ze er zeker uit. Het antwoord van de mensen is dan vaak: da’s gek. Ja dat is gek.

Tekst: Arie Bakker te Dordrecht
Foto's: Jan de Nijs/ Piet Onderdelinden.

NestblokJongen

Pas uitgevlogen man





De Witgesterde blauwborst (Luscinia svecica cyanecula)

Beknopte beschrijving:

De blauwborst is een vogel die voorkomt in Europa, Azië, west-alaska en noord Amerika.
De man heeft een bruin tot donkerbruin rugdek en een opvallende helderblauwe bef. Dit alleen in de broedperiode. In de winter valt dit blauw bijna geheel weg. Onder het blauw zit een kastanje bruine rand, buikkleur is bruin/grijs. Op de staart is deze vogel rood/bruin met een zwarte band aan het eind. De witgesterde heeft in het blauw een witte vlek, vandaar ook deze naam. De pop ziet er hetzelfde uit als de man op de witte vlek na en heeft veel minder blauw. Ze is ook niet zo helder van kleur.

Bij ons komt deze soort voor in moeras/ rietgebieden. Broeden gebeurt dan in de vrije natuur ook in het riet, op de grond goed verborgen tussen het riet of in graspollen. Het nest wordt gemaakt van grashalmen, mos en wat dode riethalmen. Maximaal worden er zo’n zes eieren gelegd. Die groenblauw van kleur zijn en soms voorzien zijn van wat vlekjes op de stompe kant. De eieren worden tussen de twaalf en veertien dagen bebroed en hoofdzakelijk door de pop. De jongen verlaten na een dag of veertien het nest en kunnen dan nog niet goed vliegen. In de natuur worden de jongen grootgebracht met hoofdzakelijk insecten.

Kweekverslag

Toen ze in mijn bezit kwamen in september heb ik ze meteen aan elkaar gekoppeld en in een ruime buitenvoličre geplaatst. Te weten twee meter hoog een meter breed en twee en een halve meter diep. Dit heeft nooit tot problemen geleid. Tijdens de koude wintermaanden hebben ze binnen gezeten bij een temperatuur die nooit boven de vijf graden uitkwam, echter wel gescheiden van elkaar in broedkooien.
Op twintig maart zijn beide vogels in de buitenvoličre gezet, de pop in een klein kooitje erbij gezet, zodat ze wel bij elkaar zaten maar toch gescheiden. Dit om weer aan elkaar te wennen.
Op 1 april (hoe kun je het zo uitkiezen) de pop bij de man losgelaten. De reactie van de man was erg opvallend, hij begon meteen met zijn ongelofelijke mooie, lange en hevige zang die hard en veelvuldig was. Dit was een zeer intens geluid.
Ik dacht dat de koppeling goed tot stand was gekomen, maar na een drie uur lange observatie ging ik even wat eten. Ik was nog niet geheel uit het gezichtsveld van de vogels (jij kijkt naar hun, maar zij ook zeker naar jou) of de verschrikkelijk heftige gevechten braken los. Ik heb nog nooit van mijn leven zo snel een vogel weer uitgevangen ( de pop), want als ik niet had ingegrepen had de pop zeker het leven gelaten.

Koppel poging deel twee:

Op zeventien april, nog steeds in het achterhoofd houdend wat er bij de eerste koppel poging was gebeurd, liet ik de pop weer los bij de man. Direct waren er weer gevechten, maar beduidend minder hevig als de eerste keer. En na weer een observatie (deze keer zeker vijf uur) besloot ik voor mezelf dat het deze keer, ondanks de gevechten, wel goed zou komen en heb de vogels toen met rust gelaten.

De kweek:

Op twee mei was het nest klaar, dat hoog bovenin de kooi gebouwd was, geheel van kokosvezel, in een traliekastje, en was het eerste ei gelegd.
Op zeven mei is de pop gaan broeden. Op zestien mei bij de tweede controle zag ik dat er zes eieren gelegd waren. Op negentien mei waren er vier jongen uitgekomen, de overige eieren waren onbezet. Op vierentwintig mei heb ik de vier jongen geringd met 2.5 mm ring. Na elf dagen klommen de jongen uit het nest. En op veertien juni achtte ik de jongen zelfstandig.

Op tien juni was overigens de tweede ronde alweer begonnen, met het eerste ei, in een nieuw nest dat deze keer wel op de grond was gebouwd en in een graspol zat. Op drieëntwintig juni waren er uit de vier gelegde eieren drie jongen geboren en was er een ei onbevrucht. Op zesentwintig juni een jong dood gevonden naast de waterbak. De overige twee lijken goed groot gebracht te worden. Op negenentwintig juni de twee jongen geringd. Bij het ringen bleken de jongen er niet goed uit te zien, en niet veel later zijn deze dan ook dood teruggevonden, weer naast de waterbak.
Na wat telefoontjes bleek dat als je honderd procent natuurbroed nastreeft, er normaal gesproken geen tweede ronde inzit. Past men handopfok toe dan zouden er twee of drie rondes grootgebracht kunnen worden. Maar dit is voor mij geen optie, puur uit principe. En zo blijf je altijd leren in de vogelsport.
Op enkele punten nagelaten is het eigenlijk helemaal geen moeilijke vogel die bij een zeer goede verzorging je belonen met jongen die ze heel goed zelf kunnen grootbrengen. En handopfok is naar mijn mening dus echt niet nodig om mooie blauwborsten te kweken en op stok te krijgen. Het principe van natuurbroed pas ik dus op al mijn vogels toe. O.a. de winterkoning, hoppen, roodkeel nachtegalen en vele andere soorten.
Bij dit verslag moet wel gezegd worden dat het op het moment van de tweede ronde en het uitkomen van de jongen buiten de voličre ruim dertig graden was en dus in de voličre nog warmer. Misschien had ik met iets meer geluk en betere weersomstandigheden de twee ronde wel groot gekregen.

Aanvulling op de blauwborstkweek:

De ringmaat van 2,5 mm is wettelijk gezien correct alleen ben ik gevoelsmatig geneigd te zeggen dat de ringmaat van 2,7 mm ook een zeer geschikte maat is. Deze ringmaat is ook met geen mogelijkheid op een normale manier van de poot te verwijderen. Zelf heb ik geen problemen ondervonden met het vroege ringen met een 2,5 mm ring maar ik heb van andere gehoord dat bij deze vroege verstoring alle jongen eruit werden gegooid. Daarom denk ik als er met een 2,7 mm ring geringd zou mogen worden ,je wat later zou kunnen ringen en dit zou weer de mogenlijkheid van het volledig tot wasdom komen van de jongen vergroot...
Ikzelf voorzie de ring waarmee geringd moet worden altijd van een ventielslangetje omdat dit ook weer mee helpt om de opgroei kansen van de jongen te vergroten. Dit soort zaken zijn echt nodig als je jongen op stok wilt krijgen,wat toch de bedoeling is.
De zang van de man is tot diep in de nacht te horen en als hij dan ook weer zeer vroeg in de ochtend begint met zingen ben ik eigenlijk geneigd om te zeggen dat de man in de broedtijd 24 uur per dag zingt. De man gaat dan op een verhoging zitten en gooit zijn staart recht omhoog,laat zijn punten van zijn vleugels naar beneden zakkenen gooit vervolgens zijn kop geheel achterover en zet dan zijn snavel wijd open en begint dan te zingen ofdat zijn leven er van af hangt.

Het voer:

Bij mij zit er eigenlijk geen verschil qua voeren tussen rusttijd en broedtijd, ik varieerd eigenlijk alleen met de hoeveelheid en natuurlijk met zoveel mogelijk verschillend voer. Het voer bestaat uit meelwormen, pinky's, buffalowormen, krekels en sprinkhanen en al wat er verder nog voorhanden is. Het voer word ook nu weer bepoederd met aves-insektenstrooipoeder en wat spirulina en verder gebruik ik niets.Eivoer word niet of nauwelijks opgenomen en kan in mijn ogen dus achterwege worden gelaten. Voor mij geld nu weer :op zoek naar een volgende uitdaging.

Tekst Arie Bakker te Dordrecht
Foto's Jan de Nijs/Piet Onderdelinden.

Blauwborstjong 7 dagenBlauwborst jong in jeugdkleed

blauwborstman