Vogelfeitjes
Een kanarie in huis houden
Door: Wout van Gils
Waaraan moet men dan aandacht aan schenken.
Als men over kanaries houden spreekt dan denkt men meestal aan liefhebbers die erg selectief en streng kweken op kleur en tekening, zang postuur enz. Ook zijn er liefhebbers die in een binnen zowel buiten volière zijn vogels houden, en ook proberen te kweken kortom diverse vormen van vogelliefhebberij die allemaal leerzaam en interessant kunnen zijn en die dragen tot een goede ontspanning van de persoon (en) op zich. Maar toch staat men niet stil bij het feit dat er nog ontelbare mensen ouderen, alleen staande of wie dan ook een kanarievogel houden in een kooi in huis dit om de gezelligheid, en om de mooie fluittoon die een kanarie ten toon brengt. Het is voor deze personen dat ik ook wat op papier heb gezet wand dikwijls komen deze mensen ook met problemen te zitten en weten dan dikwijls niet wat te doen, ik heb dit gemerkt aan de ontelbare E-mails via mijn kanariehomepage.
Een kanarie in huis:
Dit is heel goed mogelijk, en men kan er jaren plezier van hebben mits enkele regels die men erg goed en strikt moet naleven. Deze zijn:
- 1 – Plaats de vogel nooit binnen een straal van 3.5 Mtr van het Tv toestel.
- 2 – Geef de vogel niet meer daglicht dan maximaal 11,5 licht uren per dag.
- 3 – Hang ‘s avonds om een vaste tijd bijvoorbeeld 19 uur een handdoek over de kooi (donker maken)
- 4 - Zorg dat de vogel nooit aan de bloemen kan om te pikken.
- 5 – Zorg voor een niet te kleine kooi, ruim met zandlade, en ruimte om een badwaterbakje aan te hangen.
- 6 – Zorg dat de stokjes niet te dun zijn en goed bereikbaar (liefst geen Schommeltje er in)
- 7 - Dichte zaadbakjes er in voorkomt veel morsen van zaad.
- 8 - Een spiegeltje hoort niet thuis in de kanariekooi.
De aanschaf van een vogel:
Zoals al vermeld koop altijd een jonge vogel, let hier op en zie op het jaartal op de ring. Als je een vogel koopt kan je dit in een dieren winkel maar ook erg goed bij liefhebbers kwekers die heeft ook dikwijls enkele vogels gekweekt die niet goed voor hen zijn om verder te kweken omdat Bijvoorbeeld de kleur niet goed is of Bijvoorbeeld de vorm. De beste aankoop datum is direct na de rui half september, of in het voorjaar. Als je de vogel koopt kijk dan ook even naar de onderbuik deze mag nooit rood opgezwollen zijn, en ook mogen er geen darmlussen zichtbaar zijn, neem in zo'n geval een andere vogel.
De kleur van de vogel:
Dit maakt eigenlijk niet veel uit voor een vogel in de kamer maar er kan natuurlijk een voorkeur zijn, en die kun je dan gebruiken bij aankoop ,er zijn kleuren genoeg. Weet echter wel dat roodgekleurde vogels na 1 jaar na het ruien van het verenpakje niet meer rood terug komen maar geel oranje.
Wat houden, Man of Pop?
Dit zal voor de meeste mensen wel duidelijk zijn, een man zal fluiten, en een popje zal dit niet doen deze laat maar een korte pieptoon houden. Het is dus het beste een mannetje te nemen, het liefst koopt men een jongen vogel als de vogel geringd is kan men dit zien op het jaartal wat op de ring staat, is de vogel niet geringd kan men dit moeilijker zien maar een jongen vogel is dan toch wel te kennen aan de pootjes. Maar om alle problemen te verkomen kies er altijd een die geringd is en waar je dus het jaartal op kan aflezen. Men plaatst ook nooit 2 of meerdere mannen in een kooi dit zal alleen maar vechten opleveren en weinig plezier voor de vogels of voor je zelf. De vogels plaatsen in een aparte kooi kan wel, maar dikwijls zullen de vogels zo tegen elkaar gaan opfluiten dat de liefhebber het iets te veel van het goede vind, en een vogel zal verwijderen of ergens anders neer zetten. Dikwijls zal de kanarie ook gaan opfluiten tegen bijvoorbeeld een radio, maar dit kan geen kwaad, mits dat je de radio niet steeds harder gaat zetten want sommige vogels willen hier wel eens bovenuit komen, met alle gevolgen van dien.
Kan een man en popje in een kooi?
Ja dit kan ook, hou er wel rekening mee dat de vogels begin maart een nestje willen maken en dat in je kooi voldoende ruimte is om een of meerdere nestbakjes te hangen. En hou er ook rekening mee dat de man minder of niet meer gaat fluiten, en dat als er jongen komen deze ook weer apart en goed verzorgd moeten worden met ander voer en gewoonten. Ook op een later stadium als de jongen zelfstandig worden, komen er problemen de ouders willen weer een nest maken, en de kans is heel groot dat de ouders de jongen de veertjes gaan uittrekken, en dat geeft dikwijls een domper op je vreugde die je mee gemaakt hebt tijdens het grootbrengen van de jongen. Wil je kweken in de kamer kooi vraag dan wat meer raad aan bijvoorbeeld een meer ervaren kweker hoe je deze problemen moet oplossen, en dan is kweken in een kamer kooi ook zeker mogelijk en leerzaam. Maar het vraagt zeker meer kennis hou hier echt rekening mee.
Voeding voor je kanarie:
Zorg op de eerste plaats dat er altijd en voldoende schelpenzand op de bodem van de kooi licht, de vogel heeft dit nodig om het zaad in de maag fijn te malen. Zorg ook voor dagelijks vers drinkwater, met wekelijks bijvoorbeeld een druppeltje vitamine ( bijvoorbeeld Alvityl) Geef de vogels een gewoon zangzaad. Koop nooit te veel in een keer haal liever om de 3 weken vers zaad. Een stukje groenvoer heeft de vogel ook graag, bijvoorbeeld stukje appel, sinasappel, ajuin, sla maar weet wel geef nooit meer dan wat de vogel op kan in ongeveer 1,5 uur. Anders is de kans groot dat deze darmstoornissen krijgen. En een maal per week is voldoende. Ook een of twee maal per week iets eivoer geven is prima en aan te bevelen, ook weer zoveel wat in 2 uur op is.
Badwater:
Een gezonde vogel is gewoon gek op badwater, en zal ook steeds indien hij een bad krijgt met zuiver water een bad nemen, meerder malen per week laten baden komt de gezondheid van uw vogel ten goede. De vogel benevelen met een bloemen spuit kan ook, maar het de vogel zelf laten doen is het beste. Hiervoor zijn goede baden bakjes te koop.
Vervangen van vederkleed
Elke vogel zal eind juli begin augustus beginnen met het vervangen van zijn verenkleed een jonge vogel zal in de meeste gevallen alleen zijn pluimen vervangen, een overjarige vogel zijn pluimen en alle slag en staartpennen. Dit is een periode waar de vrouw ten huize dikwijls onze vogel wel eens vervloekt, maar bij een goede verzorging is dit gedaan omstreeks 7 weken. Regelmatig badwater is ook hier zeker weer op zijn plaats.
De Stokrui (veel komend probleem met een vogel in huiskamer):
In het begin schreef ik een aantal zaken op waar men rekening mee moet houden als men een kanarie gaat houden in de kamer, een van deze zaken is dat de lichturen omstreeks de 11 uren te houden. Doet men dit niet en de ene keer heeft de vogel bijvoorbeeld 11 uren de andere keer 16 uren, en dan weer meer of minder dan zal men geen jaren plezier hebben van je vogel. Wat gebeurt er nu. De hypofyse van de vogel reageert op het aantal licht uren, met andere woorden de vogels in de natuur gaan broedrijp worden naar gelang de lichturen verlengen de temperatuur doet daar maar weinig aan, zo ook als de dagen weer korter worden stopt de vogel in de natuur met broeden, en begint aan het vervangen van zijn verenkleed. Nu wat gebeurt er nu bij de vogel thuis als je niet telkens om een bepaalde tijd je vogel donker zet? Nu de vogel zijn Hypofyse slaat langzaam op tilt hij of zij weet niet meer vast te stellen of het nu lente, zomer herfst of winter is Kortom gezegd de vogel raakt totaal van slag, gaat aan het ruien(vervangen verenkleed) en omdat de vogel van slag is komt hij niet meer uit de rui zal niet meer fluiten, en de veren en pluimpjes blijven in de kamer rondvliegen. De vogel is in de zo genaamde stokrui gevallen en hij komt hier erg moeilijk, en dikwijls niet meer uit. Na een lange weg zal zelfs de vogel deze energie niet meer kunnen opbrengen vermageren en sterven. Dus je ziet hoe belangrijk het is om dagelijks het aantal lichturen goed in de gaten te houden!
Verzorging van je vogel:
Deze is hierboven in de diverse rubrieken eigenlijk al voldoende beschreven,ik wel enkel nog een opmerking maken ,over de nagel groei van onze kanarie vogel in een kamerkooi ,deze gaat sneller (slijt niet af ) dan in bijvoorbeeld een buitenvlucht .Dus knip ook eens per jaar met een nagelknipper een stukje van de nagels af,let wel op dat je enkele millimeters van het leven verwijderd blijft aub. En nogmaals wees matig met groenvoer en andere niet zaadvoeders,en blijf wekelijks badwater geven. En vergeet je grit en vogelmineralen niet.
Hoe oud wordt nu zo'n vogel?
Hoe oud nu een kanarievogel wordt in een kamerkooi is eigenlijk moeilijk te vertellen, het is erg sterk afhankelijk van de verzorging van de vogel. Maar normaal gesproken moet je toch een jaar of 5 a 6 plezier kunnen beleven van je vogel mits een verzorging zoals hierboven beschreven. Er zijn zelfs gevallen bekend van nog jaren meer.
Twee vogels in een kooi??
Zoals al eerder geschreven kan in een kooi ook een vrouwtje bij gezet worden, maar weet wel dat er in het voorjaar de hormonen gaan werken en de vogels nest willen maken, en eitjes gaan leggen. Ook is het belangrijk te weten als men een popje bij de man plaatst de man niet meer of zelden nog zal gaan fluiten !!! dit zelfde geld als men twee mannen in een kooitje plaatst er vechtpartijen ontstaan (territorium gedrag) en dat als je niet tijdig ingrijpt en eer flink gewond kan raken. En ook hier zullen de vogels niet meer fluiten alleen maar vechten. Daarom is het beter dat er maar een vogel in een kamer Voliere (kooi) zit en dan met wat hier beschreven is zul je lang en fluitend plezier hebben van je vogel, deze is echt niet eenzaam hoor, al denken dat veel mensen.
De kramsvogel (Turdus pilaris)
Bron afbeeldingen: Wikipedia

De Kramsvogel is een forse lijster. Afgezien van enkele broedparen in Limburg is de Kramsvogel een Algemene wintergast in ons land. In oktober-november komen hier grote aantallen uit zuidelijk Scandinavië en Noord-Rusland langs, waarvan een gedeelte blijft om te overwinteren.
Kramsvogels zijn herkenbaar aan hun grijze kop en grijze stuit. Men ziet ze ook vaak in gezelschap van andere lijsters, vaak Koperwieken. Koperwieken zijn wat kleiner dan Kramsvogels en hebben een witte oogstreep en 'kopergekleurde' ondervleugels. Ook het geluid van beide soorten is anders. Koperwieken maken een hoog, langgerekt 'tjiehhh', Kramsvogels maken een 'tsjak-tsjak-tsjak'-geluid.
De boerenzwaluw (Hirundo rustica)
Bron: Wikipedia

De boerenzwaluw (Hirundo rustica) is een kleine trekvogel. Boerenzwaluwen trekken gedurende de lente noordwaarts naar hun broedgebieden in Europa, tot nabij de arctische cirkel. Zijn sierlijke snelle vlucht is bij ons gedurende de hele zomer te zien. Zijn lange vleugels en zijn slanke lijf maken hem zeer geschikt om in de lucht achter insecten aan te jagen. Dan is zijn glanzende metaalblauwe verendek goed zichtbaar en vallen ook zijn uitstekende buitenste staartpennen meestal wel in het oog. De boerenzwaluw heeft een lange diep gevorkte staart met zeer lange buitenste staartpennen. Hij is donker metaalblauw glanzende bovenveren. Voorhoofd en keel zijn roodbruin. Verder crèmekleurig witte onderdelen, een blauwzwarte kropband en een zwarte snavel.
De boerenzwaluw leeft meestal in groepjes, vaak ook met andere zwaluwen zoals huiszwaluw en oeverzwaluw. In de herfst verzamelen ze zich tot grote groepen alvorens naar het zuiden te gaan. Hij leeft vooral in de buurt van boerderijen, agrarische gebieden en aan de rand van steden.
De zwaluw voedt zich met muggen, motten, vliegen en kevertjes die hij al vliegend met zijn brede snavel uit de lucht vangt. Water drinken doet hij ook tijdens de vlucht door laag over het water te scheren en dan het water met zijn bek op te scheppen.
Hij bouwt nesten in boerenstallen, onder bruggen en afdaken. Gewoonlijk worden 4 of 5 eieren gelegd, maar heel soms worden er wel eens 8 eieren in een nest aangetroffen. De broedtijd is 14 tot 16 dagen, meestal broedt alleen het vrouwtje, het mannetje blijft wel in de buurt. Als de eieren uitgekomen zijn dan worden de jongen door beide ouders verzorgd. Na ongeveer 21 dagen verlaten de jongen het nest. Er zijn twee en soms drie legsels per jaar.
Meestal komen de zwaluwen na de overwinteringsperiode in Afrika weer terug op hun oude nest. Het nest wordt door de boerenzwaluw zelf gebouwd. Het is een halve cirkelvormige kom welke van boven open is. Het nest wordt gemetseld met vochtige aarde en speeksel en verstevigd met halmen en haar. De binnenkant wordt gevoerd met veren en haartjes. Het nest wordt altijd zo geplaatst dat er een dak, brug of dakgoot boven zit zodat het nest vanuit de lucht niet kan worden gezien. In de tijd van de nestbouw is de zwaluw regelmatig op de grond te zien om aarde en ander nestmateriaal te verzamelen.
De boerenzwaluw broedt in geheel Europa. Van IJsland en het noorden van Scandinavië zijn enkele broedgevallen bekend, maar de boerenzwaluw is daar zeldzaam. Verder behoren ook grote delen van Rusland, West Siberië en het gebied van Turkije tot NW India tot zijn broedgebied.
De koolmees
Bron: NIOO, IVN Vecht & Plassengebied

Het onderzoek van dierecoloog Kees van Oers richt zich op de variatie in persoonlijkheid die koolmezen van nature ten toon spreiden. Samen met biologen Piet Drent en Arie van Noordwijk van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) publiceerde zij eerder al een onderzoek dat ons leert dat de modelsoort koolmees de weg kan wijzen naar de wortels van persoonlijkheden.
Het onderzoek toonde aan dat de genen van zijn ouders ongeveer 54% van de persoonlijkheid van een individu bepalen. De onderzoekers onderscheiden twee hoofdsoorten: brutaal ('lefgozer') en voorzichtig ('kat-uit-de-boom-kijker'). Vier generaties lang lieten de onderzoekers de brutaaltjes met brutaaltjes paren en de voorzichtigste met de voorzichtigste. Dit zorgde ervoor dat de brutale lijn steeds brutaler werd en de voorzichtige steeds terughoudender. Uit dit selectie-onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de persoonlijkheid van de ouders komt.
Met deze kennis zijn we beter in staat te begrijpen hoe het mogelijk is dat individuen verschillende persoonlijkheden bezitten. Maar ook dat kinderen vaak op hun ouders lijken, ook als ze niet door die natuurlijke ouders zijn grootgebracht. Om de invloed van opvoeding op de persoonlijkheid uit te sluiten, pasten de ecologen onder andere cross-fostering toe. Koolmeeskuikentjes lieten ze door pleegouders opvoeden, in een gemengd brutaal/voorzichtig nest.
Persoonlijkheden zijn gedragspakketten: combinaties van gedragingen die samen een zogenaamde strategie vormen. In de brede waaier van persoonlijkheden herkennen we, bij alle gewervelde dieren zowel als mensen, onder licht gestresste omstandigheden twee extreme types: een actieve en een passieve. De 'actieve strategie' houdt in dat een dier snel beslissingen neemt, agressief en brutaal is en (stress)situaties naar zijn hand probeert te zetten. Lukt dat laatste niet, dan gaat hij zijn geluk elders beproeven. De 'passieve' persoonlijkheid vinden we aan het andere uiteinde van het spectrum: een voorzichtige en bedachtzame beslisser en ontdekker, verlegen, weinig agressief en zich aanpassend aan de omstandigheden. Hij blijft liever.
Het onderzoek van het Nederlands Instituut voor Ecologie richt zich op de wilde vogel. Het gaat dus om natuurlijk gedrag, niet om ‘ijsberen’ bijvoorbeeld. Dieren moeten oplossingen vinden voor de omstandigheden die ze in het dagelijks leven tegenkomen. De centrale vraag daarbij is hoe die variatie in gedrag ontstaat, en wat de gevolgen daarvan zijn. Welke invloed heeft je persoonlijkheid bijvoorbeeld op je overlevings- en voortplantingskansen? Hoe kunnen de verschillende persoonlijkheden in de natuur naast elkaar voortbestaan? Hoe is dit alles geëvolueerd? De publicatie van Oers en collega’s legt een grondige genetische basis.
De vink
Bron: Vroege vogels

Wetenschappelijke naam: Fringilla coelebs
Het mannetje is onmiskenbaar door zijn leiblauwe kruin en nek, roodbruine rug, wijnrode onderzijde en groenachtige stuit. Het wijfje is minder bontgekleurd maar heeft dezelfde vleugeltekening. In vlucht zijn de witte vleugelstreep en schoudervlek karakteristiek.
De zang van de vink is de bekende 'vinkenslag'. Het liedje begint langzaam, neemt in snelheid toe en eindigt gewoonlijk in een waterval van tonen. De zang varieert sterk en er zijn zelfs 'dialecten' te onderscheiden. Het gehele lied duurt doorgaans 4 à 5 seconden, maar het wordt vijf- tot tienmaal per minuut herhaald. De alarmroep is een luid, doordringend.
Voor veel vogelaars (én fenologen) is de eerste vinkenslag van het jaar een typische voorjaarsbode. Meestal is die eerste te horen in de begin februari. Aanvankelijk begint meneer vink zonder de typerende waterval; de 'slag' aan het eind van z'n liedje moet hij ieder jaar op nieuw weer oefenen.
In april begint het broedseizoen. De vink broedt vooral in goed ontwikkelde loofbossen met veel open plekken en een rijke ondergroei maar eigenlijk is hij overal talrijk waar veel oude bomen staan. De vink bouwt in heesters en boomvorken een keurig, komvormig nest van gras en mos. Het nest wordt gecamoufleerd met korstmossen en met spindraden van insecten. Zij bouwen de nesten meestal in de vork van een paar takken. Het wijfje legt gewoonlijk 4 tot 5 wittige eieren, met een stippel- en streeptekening. Beide ouders verzorgen de jongen, die na 12 à 15 dagen uitvliegen.
Vinken eten zaden en zachte plantendelen, zoals bladknoppen. In het broedseizoen wordt er echter vooral insecten gegeten. Insecten leveren meer eiwitten, welke noodzakelijk zijn voor de groei van de jonge vinken en het grote energieverbruik van de oudervogels.
De vink is één van de talrijkste trekvogels. Dit is vooral langs de kuststrook waar te nemen. In het westelijke en zuidelijke deel van het leefgebied zijn vinken over het algemeen standvogels. Meer naar het noorden en oosten zijn het trekvogels. De vinken die in de Benelux broeden, trekken 's winters in zuidelijke richting tot in Frankrijk. De exemplaren die wij 's winters hier zien, komen vooral uit Scandinavië. In winterperioden komen vinken vaak samen met andere vinkachtigen, zoals Kepen en Groenlingen op akkers en weilanden voor.
Middelste bonte specht
Bron: Wikipedia, vogelvisie

De middelste bonte specht lijkt sterk op twee andere Nederlandse spechten; de kleine bonte specht en de grote bonte specht. Vooral de laatste is in Nederland een redelijk algemene broedvogel. De middelste bonte specht is van de andere spechten te onderscheiden door de geheel rode kruin zonder zwarte delen. Bij het mannetje loopt de rode kruin verder door op het achterhoofd dan bij het vrouwtje. Het voedsel bestaat uit vruchten, zaden en insecten, die niet alleen uit het hout worden gehakt, maar ook van bladeren en takken worden gepikt.
Kenmerken van de middelste bonte specht:
De rug en de flanken zijn zwart van kleur
- Over de flanken loopt een witte bandering
- De kruin is helder rood en zonder zwarte rand
- De onderstaart is roze van kleur
De middelste bonte specht broedt in weelderige loofbossen met oude eiken, haagbeuken en iepen, in Midden- en Zuid-Europa. Hij prefereert bossen in combinatie met open plekken, weiden en dichte bosschages. In Nederland was de soort een tijdlang uitgestorven als broedvogel, maar vanaf 1997 broedt hij weer binnen onze landsgrenzen. In dat jaar was de soort slechts aan te treffen in Midden- en Zuid-Limburg, maar sindsdien heeft de Middelste bonte specht zich sterk uitgebreid. In 2006 broedden er al minimaal 130 paartjes in Nederland, niet alleen meer in Limburg, maar ook in Twente, de Achterhoek en Noord-Brabant. In België komt de middelste bonte specht voor in het oosten. De hoogste dichtheden worden bereikt in het uiterste zuidoosten van het land.